Back2 Reisverslag

Indonesië 1992

Sumatra, Java, Bali

 

Sumatra

Aankomst in Medan, Sumatra

Omstreeks elf uur Indonesische tijd komen we aan bij zo’n dertig graden. De hitte komt ons tegemoet! De bagage hebben we binnen vijf minuten, daarna nemen we een taxi naar ons eerste losmen. De taxirit is al dolle pret. Kris kras door alle straten. Een warboel van claxonnerende auto’s, becaks etc. Je houdt het niet voor mogelijk hoe ze rijden in Medan. We gaan eerst maar slapen, doodmoe zijn we. Vanmiddag gaan we de stad verkennen.

Iedereen groet elkaar heel vriendelijk, veel becaks…
iedereen wil je wel meenemen. Daarna even uitrusten op een sportveld. We zitten eerst met z’n drieën, maar nog geen tien minuten later zitten we met wel acht jongeren om ons heen te praten, wel anderhalf uur. Daarna wat drinken in restaurant Tip Top. Alle kinderen die je tegenkomt zeggen “hello, how are you”, heel spontaan.

Bukit Lawang

Onze eerste kennismaking met een mandi, een bak water met een emmertje met daarnaast een hurktoilet, te gebruiken als douche en toilet. Na het ontbijt even gezellig met Frankie praten, die een klein jaar door Indonesië reist. Frankie vertelt ons veel nuttige tips. Daarna wandelen we naar restaurant Tip Top.

Met een busje vertrekken we via Binjai naar Bukit Lawang.
Daar wandelen we langs de rivier naar “Selayang Indah Inn” waar we twee huisjes aan het water krijgen.

 
 
 
‘s Middags regelen we met Danny een vergunning voor het Orang Oetan Rehabilitatiecentrum. Daar zien we slechts één aap bij de voederplaats. Meer komen er niet te voorschijn uit de jungle. We ontmoeten Danny nogmaals in het restaurant en regelen met hem een  driedaagse jungletour. Daarna lekker zwemmen in de rivier.

 

Jungletour

Om half negen zullen we klaar moeten staan om te vertrekken met de auto, maar eerst nemen we afscheid van Ismaël. Later worden we opgehaald door Ricky, de assistent-gids. Onze bagage blijft achter, want die wordt apart vervoerd naar Brastagi.

Op weg naar Mariji, waar de jungletour zal beginnen, doen we eerst Bohorok aan. We kopen hier een sarong, een doek om in te slapen. Van Mariji lopen we door bebossing naar verschillende plaatsjes waar soms de gehele bevolking uitloopt om ons als toerist te verwelkomen. Deze eerste  dag gaat de tocht veelal door bos en vooral langs paden naast steile rotswanden. We zien ook enkele slangen onderweg.

In een van de dorpen haalt Danny, onze gids, allemaal kokosnoten uit de palmen, die we later konden drinken en eten. ‘s Avonds komen we aan bij een familie, waar de jungletour de volgende dag zal vervolgen. We nemen direct een duik in de beek, die zijn
oorsprong  ontleent aan een waterval, waar we ons haar wassen. Daarna heerlijk eten, onder andere rijst, salade en  vis.

 
 

Zware tocht door de jungle

Na een nachtje slecht slapen, op een houten vloer, beginnen we aan de tweede dag van de jungletour. Het heeft vannacht geregend, dus het is glad. We smeren onze sokken en schoenen in met tabakssap, wat de bloedzuigers moet  afschrikken. Het begint gelijk al met klimmen, dat is even wennen. Maar we lopen altijd als eersten voorop, dus onze conditie is goed. Het is wel zweten, echt hele stukken alleen maar klimmen, via wortels van bomen. Je moet echt je hoofd erbij houden, je hoeft maar even je voet verkeerd te zetten en je tuimelt zo naar beneden.

Na een pauze gaan we weer op pad. Ik verstap mij en maak een kleine salto naar beneden. Gelukkig zonder gevolgen. Tijdens etenspauze baden  we heerlijk in een lekker koel helder beekje. Om half vijf komen we doodmoe aan in een dorpje dat in een dal ligt. Een prachtige omgeving hier. Het dorpje heet Panan. We nemen een heerlijke mandi onder een straal water, wat uit een grote bamboekoker stroomt.

 

Op weg naar Brastagi

De volgende ochtend warme geprakte banaan met biscuits als ontbijt. We vervolgen de jungletour en zien een kruidnagelboom en een kaneelboom, waar de bast van kan worden gebruikt. Danny geeft ons uitleg over de rijstvelden. Drie rijstoogsten per jaar vinden er plaats. Even verder beklimmen we een steile  bergwand.

Over de randen van de bergen lopen we verder over de paden.

Rond de middag beklimmen we een zeer steile rotswand. Boven aan de rotswand eten we en daarna weer verder klimmen, afdalen etc. Later passeren we over een boomstam een riviertje. Hierna komt er wat vlakker terrein. Op een gegeven moment lopen we op een grindlaag van een nog aan te leggen weg. Na een lange tocht krijgen we een lift van een
groentetransporteur. Van één van de jongens op de vrachtauto krijgen we een paar bananen die we met elkaar delen. Na aankomst in een dorpje drinken we wat cola. We lopen weer verder en vertrekken uiteindelijk met een busje naar Brastagi, waar we kunnen verblijven in Ikut. ‘s Avonds eten we bij “Moslim-inn”, Padang-keuken, en nemen hier afscheid van Danny.

 
In de ochtend geven we de was af. We gaan de stad in en kopen kaarten. Het begint langzaam een beetje te regenen als we de groente- en fruitmarkt opgaan.  Later komen we ook nog manden met kleine hondjes tegen die te koop worden aangeboden.

‘s Middags zijn we druk bezig met het schrijven van de kaarten en het regelen wat en hoe we de volgende dag zullen besteden.

 

Naar het Toba-meer

Het doel is vandaag “Toba-Lake”. Eerst geld halen, wat de eigenaar van de losmen wel wil regelen. We schrijven onze American travellerscheques uit. Het blijkt dat de paspoorten mee moeten om onze cheques te wisselen in een dorpje dat zo’n twee km verder ligt. De man is binnen vijftien minuten terug. Ondertussen hebben we samen met twee Denen een taxibus geregeld om naar “Toba-Lake” te rijden.

Onderweg stoppen we bij een ananasveld, waar we een ananas op eten. Verderop stoppen we bij de “Sipisopiso”-waterval, een prachtig gezicht en een prachtig uitzicht over “Toba-Lake”.

Daarna zien we het koningshuis, een heel oud paleis met een mooie tuin. De koning had vroeger vijftien  vrouwen.

In Prapat aangekomen, gelijk een andere sfeer, veel agressiever… We kopen bij een bureau een ticket voor de boot, wil men ons gelijk een reis laten boeken naar Bukittinggi. We trappen hier niet in, wordt die vent zo pissig dat hij zorgt dat we de boot missen. Een uur later kunnen we met de boot naar Ambarita op Samosir-eiland. We ontmoeten Erwin in het reisbureau, die zegt dat hij werkt in Ambarita in losmen Gorden’s. We gaan met hem de boot op. Tijdens de boottocht begint het te regenen. Op het eiland aangekomen worden we in een taxibusje gepropt met ongeveer tien mensen en onze bagage. We komen in Gorden’s aan, een mooi guesthouse, daarna frissen we ons op en eten ‘s avonds heerlijk.

 

Prapat

We zijn van plan de vliegreis van Medan naar Jakarta te veranderen in Pandang naar Jakarta. Verder moeten we bustickets regelen van Prapat naar Bukittinggi en geld halen. Met de boot gaan we over naar Prapat, een mooie boottocht met een prachtig uitzicht over het eiland. In Prapat aangekomen, slenteren we de straten wat door en drinken koffie in een moslimrestaurant. Daarna regelen we, bij de centrale busterminal, tickets voor Bukittinggi. We eten eerst nog in Prapat, waarna we weer terug gaan naar het eiland Samosir.

Later zwemmen we nog heerlijk, waarna we gaan eten. ‘s Avonds zitten we nog wat te kletsen met de Deense toeristen en het personeel van Gorden’s.

 

Fietsen op Samosir-eiland

Na het ontbijt huren we elk een fiets en fietsen we naar Tomok. Later gaan we richting Tuk Tuk. We rusten hier en komen een man tegen die net kruidnagels heeft geplukt. We geven hem een banaan en eten zelf ook wat. We fietsen verder naar Tuk Tuk, waar we eten bij Lily’s Restaurant.

We fietsen terug en krijgen bij de fietsenverhuur thee aangeboden. Het zijn erg aardige mensen. We maken een foto van hun zeven maanden oude zoontje en van vader, moeder en zoontje. We schrijven vertaalwoorden in het Engels en Nederlands over voor hen, wat ze zorgvuldig opbergen in een map. Ook mogen we de trouwfoto’s bekijken.

 

Bustocht naar Bukittinggi

Vandaag gaan we naar Prapat met de boot, die om elf uur vertrekt. In Prapat aangekomen kunnen we gelijk in een minibus naar het busstation rijden. Om twee uur zullen we vertrekken. Daar aangekomen krijgen we te horen dat de bus overgeboekt is, dus moeten we twee en een half uur wachten.

Om kwart over vijf vertrekt de overvolle bus uiteindelijk. Met z’n tweeën zitten we naast de wc, op de achterbank. Het schijnt dat je als toerist wel vaker op de slechtste zitplaatsen terechtkomt. Zelfs tussen de zitplaatsen zitten nog mensen. Het is absoluut geen pretje. We zitten rechtop, geen plaats voor de voeten en nauwelijks genoeg ruimte om ons te bewegen. Bovendien zit onder de achterbank de motor, die tijdens de lange rit erg heet wordt. Om kwart voor zes ’s ochtends komen we in Bukittinggi aan, waar een taxichauffeur ons naar de losmen brengt, waar we direct op bed ploffen.

 

De dierentuin in Bukittinggi

Om half negen staan we op en krijgen het slechtste ontbijt tijdens de reis tot nu toe. We verkennen Bukittinggi en komen op een hele grote markt. We drinken koffie en gaan met een paarderijtuig terug naar het guesthouse.

Om zo’n twee uur ’s middags eten we heerlijk bij de chinees. Daarna gaan we naar de Zoo. Leuke dieren daar, maar ontzettend smerige stinkende hokken. Daar ontmoeten we twee Duitsers, die ons op een mooi idee brengen. Ze hadden vier dagen doorgebracht bij Maninjau Lake, een prachtig meer, in een prachtige omgeving, met heel vriendelijke mensen. Dus de planning wordt: de volgende dag vertrekken naar Maninjau.

 

Het zilverdorpje

Na het ontbijt bij de Chinees, wandelen we langs de weg naar het zilverdorpje, dachten we… helaas verdwaald. We nemen een taxi en kopen in het zilverdorpje zilver en kijken hoe het wordt gemaakt. Daarna wandelen we langs een paadje, kopen een cola, genieten van de Canyon en arriveren in Bukittinggi. We eten bij de Chinees en wisselen geld bij de bank. Een meisje op straat begeleidt ons naar een busje dat naar de busterminal rijdt. In een volgepropt busje rijden we richting Maninjau
Lake.

Bij Palantha vinden we onderdak. Schitterend aan het meer gelegen, met kano ter beschikking en heerlijk warm water in het meer. Lekker zwemmen en daarna eten in Bobo Restaurant.

 

Maninjau-meer


Na het ontbijt, dat we even verderop, ook bij Palantha, hebben gegeten, gaan we weer terug naar waar we logeren. Daarna besluiten we om fietsen te huren. Onderweg zetten we de fietsen ergens neer en wandelen en klimmen vervolgens naar de waterval. Ongeveer drie kwartier lopen hadden ze gezegd. Langs glibberige rotspaadjes komen we bij de waterval aan en treffen daar drie mensen aan. De meisjes hadden er moeite mee gehad het juiste pad te vinden, want het is hier nog steeds zo dat het geen toeristische trekpleisters zijn. Bij de waterval ondergaan we een lekkere watermassage, waarna we weer naar beneden gaan.

In het dorp eten we een vruchtensalade. Na gegeten te hebben stappen we op de fiets. We komen door kleine dorpjes en fietsen over paadjes dwars door sawa’s. Het is een schitterend gezicht. Ze zijn op de sawa’s bezig om de rijst, die te dicht op elkaar staat, te verplanten. We fietsen vanmiddag tot het eindpunt van het meer, waar een elektrische centrale staat. Op de terugweg zitten we net op tijd in een restaurant als het begint te plenzen. Nadat de meeste regen over is, fietsen we terug. Onderweg zien we een grijze slang op de weg liggen die we fotograferen. Deze blijkt uit de sawa’s gekomen te zijn.

 

Afdaling Lawang-top

Om half negen staan we op. We nemen gelijk een duik en doen de was. We ontbijten bij Palantha-coffee-shop: omelet, toast en tomaat, toast en kaas. Daarna gaan we met de lokale bus naar de Lawang top. Vanaf de berg hebben we een schitterend uitzicht over het Maninjau meer en in de verte zie je de oceaan liggen.

Teruglopend kom je uiteindelijk weer uit in Maninjau. Dwars door de rijstvelden, sawa’s, schitterend mooi, hele vriendelijke mensen, iedereen groet je. Onderweg drinken we nog wat bij een boerderijtje. Na drie uren lopen zijn we terug in Maninjau.

We drinken koffie bij Sarah’s Coffee Shop. Nog even een uurtje zwemmen en wassen en daarna nog wat leuke goocheltrucs geleerd van Bob.
Daarna heerlijk gegeten bij Bobo. We praten met de eigenaar van Bobo over Java. Hij heeft op diverse plaatsen op Java gewoond.

 

Kanovaren op het Maninjau meer

We zwemmen en varen met de kano. Het is wel even wennen met zo’n boomstamkano. Door een laat ontbijt missen we de ochtendmarkt. We zoeken een kiezel­strand op om voor het eerst eens te genieten van de zon. Wel brandend rond twaalf uur! We zwemmen wat in het water ter afkoeling. We maken het zonnebad maar niet te lang vanwege verbrandingsverschijnselen.

Bij Bobo drinken we fris en eten een fruitsalade. We hangen nog wat bij Palantha rond, nadat we de Hot-Spring hebben bekeken. Dat viel wat tegen: een soort badhuis met warm water waar wat kinderen en een man baadden.

Bij Palantha zwemmen we nog wat, waarna we koffie drinken, bij die aardige mevrouw in het restaurant met Julio Iglesias-muziek. Daarna naar Bobo Coffee Shop voor beef-saté en nasigoreng.

Een rustige dag ter voorbereiding op de lange reis van morgen.

 

Java

Vliegreis naar Jakarta

Half acht staan we op en nemen direct een duik in het Maninjau-meer. Om een uur of negen ontbijt bij Palantha. Na het ontbijt praten we nog even met Bob, waarna we met het lokale vervoer richting Padang gaan.

Het eerste gedeelte van de reis is beslist niet aangenaam. De knalpijp is kapot en alle stank komt regelrecht in de overvolle zitcabine. Onderweg komt de grote bus ons achterop en die wordt gemaand om te stoppen, zodat wij met groot vervoer verder kunnen reizen.

Op het vliegveld aangekomen blijkt dat “Merpati”, de dochtermaatschappij van Garuda, ons niet op de lijst kan vinden. Dit terwijl we de week ervoor wel hebben geboekt via het Medan-hoofdkantoor. We staan met de handen in het haar, het vliegtuig is vol.

Al gauw krijgen we hulp van een andere vliegtuigmaatschappij, “Sempati Air” die ons wel een ticket kan verkopen. Om kwart over drie vertrekt het vliegtuig en om kwart over zes komen we in Jakarta aan.

We wisten al wat voor bus terminal we moesten hebben, zodat we een chauffeur van een speciale vliegveldbus konden vragen. In de bus bemoeien een aantal mensen zich met ons en we kunnen een man volgen die naar Bandung zal reizen. Wij moeten naar Bogor en we kunnen beter straks een taxi in Jakarta nemen, want hij moet zelf ook met de taxi. Na een bus- en taxitocht door een zeer druk Jakarta komen we bij een ander busstation, vanwaar we verder naar Bogor kunnen reizen. De man betaalt de taxichauffeur en wil niets van ons aannemen.

Na de busreis komen we in Bogor aan en nemen direct een taxibusje naar losmen “Firman”. We eten ‘s avonds om de hoek bij een restaurant met Padang keuken.

 

De botanische tuin van Bogor

Kwart over acht staan we op en hebben ontbijt. Daarna gaan we lopend naar de botanische tuin. De tuin is 5 bij 5 km groot in omtrek. Er staan hele mooie bomen en planten en er is een grote vijver. Alleen we hebben de pech dat het zondag is.

Het is verschrikkelijk druk in de tuin, met mensen uit Jakarta. We zijn nog in het zoölogie museum geweest, allemaal opgestopte dieren, slangen, tijgers, spinnen,
vlinders.

‘s Middags praten we nog een hele tijd met een Indonesische man en een meisje. Het meisje heet Nina, ze is Moslim. Het is een heel leuk spontaan meisje. Ze leert voor arts.

Om zes uur ’s avonds  regelen we een minibus om morgenvroeg te vertrekken naar Pangandaran. Half zeven gaan we met een Indonesische jongen naar een kampong. Daar komen we bij een familie die al generaties lang Wayanggolek poppen maakt. We zien hoe ze de poppen maken, met de hand, echte batik stof en met de hand geschilderd.

 

Theeplantages onderweg naar Pangandaran

We vertrekken vandaag richting Pangandaran. Nog voordat we de stad Bogor uit zijn, houdt de minibus ermee op… de benzine is op! De chauffeur gaat met een taxi naar de benzinepomp. Terug komt hij lopend vanaf de benzinepomp met een plastic zak met benzine bij zich!
(Indonesië bij uitstek) Na de bus getankt te hebben gaan we op weg.

Onderweg maken we wat foto’s van de theeplantages en de vrouwen die daar  werken. In de bus zitten allemaal Nederlanders, uit het noorden, wat dus goed klikt. Om half één stoppen we om wat te eten. Daarna rijden we in één keer door naar Pangandaran.

We komen in een mooi luxe hotel, met twee kamers, toilet en zwembad, inclusief diner en ontbijt.

 

Het natuurreservaat bij Pangandaran

Vandaag lekker uitslapen tot zo’n tien uur, daarna ontbijt. We gaan het dorpje in, naar het postkantoor om de kaarten te versturen. Hierna naar de vismarkt, stinken daar! Daar aangekomen zien we op het strand allemaal mannen en vrouwen aan touwen trekken. Daar blijken netten aan te zitten, wij foto’s
maken. Eenmaal de netten op het droge blijkt er bijna net zoveel plastic in te
zitten als vis.

In een restaurant bestellen we omelet en wat te drinken. Het is niet te eten, het smaakt naar vis… bah!

Daarna gaan we het nationale park in. We komen hier twee jongetjes tegen met zaklampen. Ze vragen of we ook de grotten ingaan. Natuurlijk, zeggen we.

In de grotten zien we allemaal vleermuizen en een stekelvarken van ongeveer vijftig centimeter groot. Eenmaal de grot uit komen we op een strand.

 
 
 
In de bomen zie je allemaal zwarte apen. Even verder in het bos zien we grote krabben die uit holen uit de grond komen. Ook zien we herten en allemaal apen met kleintjes onder de buik. Verder zijn er hele grote vlinders, heel fascinerend.

Om half zes precies, moeten we op het strand zijn om naar de bomen te kijken. Hele zwermen vliegende honden, een soort grote vleermuizen, verlaten nu hun schuilplaats.

Daarna zwemmen we nog wat in het zwembad.

 

Boot- en bustocht naar Yogyakarta

Vanmorgen gaat kwart over vijf de wekker. Slecht geslapen vanwege de warmte. Na het ontbijt vertrekken we om zes uur met een taxibus naar de veerboot, die richting Cilacap zal varen.

De veerboot stroomt langzaam vol met mensen. Kwart voor acht vertrekt de boot uiteindelijk. Men vindt de boot blijkbaar nu pas vol genoeg, wij al eerder. Het regent zo nu en dan behoorlijk, maar we kunnen droog zitten. De tocht op zich valt enigszins tegen, vooral wat betreft het uitzicht
onderweg.

Na aankomst kunnen we instappen in een bus met nog veel lege plaatsen. Na een tocht van 160 km, vier uren, komen we aan in Yogyakarta.

We stappen uit bij Hotel Metro, een goed hotel. Er is een ruim zwembad en een kamer met extra opklapbed, verder een wasbak en een douche/bad met warm water.

‘s Avonds even zwemmen en na een redelijke maaltijd nog even door de stad wandelen.

 

Batikcentrum

Vanmorgen staan we om kwart over negen op. Het ontbijt is sinds lange tijd weer goed te noemen. Een gekookt ei, drie stukjes geroosterd brood, kaas, jam, banaan, thee.

We spreken af dat we de stad in gaan met een becak. De reis richting Garuda kantoor gaat eerst naar een batik fabriekje, wat mooi is om te zien. Daarna gaan we het centrum in, de rest moeten we lopen omdat het eenrichtingsverkeer is. Bij Garuda regelen ze het annuleren van de binnenlandse vlucht, wat vlot gaat.

Daarna gaan we naar een ander batik centrum. Dit adres hebben we gehoord van  een jongen die in een restaurant werkt.

Het is een fabriek waar studenten worden opgeleid tot meester. We zoeken er een mooi batikdoek uit.

De verdere uren nog even winkelen. We rijden weer terug met een becak naar het Metro Hotel.

 

De Borobudur

Vanochtend stappen we om half acht uit bed. We zwemmen, eten en gaan met een becak naar de Busterminal. We nemen de bus naar de Borobudur.

Het is een lange tocht met veel stops onderweg. Het is elf uur als we bij het busstation in Borobudur arriveren. Met een becak gaan we naar de tempel Borobudur.

Na een wandeling doemt de indrukwekkende Borobudur voor ons op. Uiteraard doen we, eenmaal boven aangekomen, een wens bij het aanraken van de Boeddha in de kegelvormige bouwsels. Vanaf de Borobudur heb je een mooi uitzicht. We gaan weer terug met de bus naar Yogyakarta.

We zijn nu inmiddels bij het kraton en Sultans Palace, het is helaas gesloten. Dan gaan we maar richting het waterkasteel. Een aardige Indonesische jongen, Amir,  wijst ons de weg en begeleidt ons zelfs. Zo zien we ook de ondergrondse gangen en de zwembaden van de Sultan. Ook de slaapkamer van de Sultan kunnen we zien. De Sultan had maar liefst veertig vrouwen.

Daarna worden we op een slinkse manier binnengeloodst in een commerciële batik shop. We krijgen wat thee te drinken en ontvangen nog meer uitleg over het waterkasteel. Men is nogal opdringerig. Amir staat hier echter buiten. We kijken heel even rond en gaan weg. Amir brengt ons hierna nog naar de bus die naar Metro Hotel rijdt. Als dank stoppen we hem wat Rupiahs toe.

 

Naar de vulkaan Bromo

Na precies één week Java en zo’n duizend kilometer reizen, hopen we vanmiddag om half zes de Bromo te bereiken. De Bromo ligt in het oostelijk deel van Java en is een vulkaan die nog werkt. De laatste uitbarsting was in 1958, daarvoor was de  Bromo een vulkaan met een diepblauw kratermeer.

Maar voor het zover is moeten we vandaag om half acht klaar staan voor het vertrek met een bus. Na wat vertraging (rubbertijd zogenaamd) zijn we eindelijk Yogyakarta uit.

Om ongeveer half vijf komen we in de bergen aan, wat gelijk een heel ander aanzicht geeft. Alles was bruin en droog onderweg maar naarmate we hier hoger komen wordt het alweer groener.

Om half zeven zijn we uiteindelijk boven, we worden bij een hotel uitgezet. Daar kunnen we gelijk een kamer regelen en de reis voor morgen naar Bali. We moeten vannacht om half drie uit bed, om voor zonsopgang boven op de Bromo te zijn. Dat  wordt dus om drie uur vertrekken met jeep en de rest van de afstand is ongeveer twee uren klimmen.

Dus vanavond vroeg op bed, maar eerst nog douchen en we hebben warm water! Daarna nog een warme hap.

 

De krater van de Bromo en de reis naar Bali

Vannacht om drie uur staan we op om met jeeps naar de vulkaan de Bromo te gaan. Het eerste stuk in een volgepropte jeep en de rest moeten we lopen. Wij dus zonder zaklamp achter een groepje mensen aan schuifelen, want er liggen soms ook nog stenen.

Net voor zonsopgang zo’n half vijf komen we boven bij de krater aan. Het is een mooi gezicht. Diep in de krater zie je allemaal vuur en rook. Langzaam komt de zon op, alles eerst rood en geel en het wordt gelijk een stuk warmer. En nu kun je de contouren van de hele krater zien, verschrikkelijk groot. Het landschap om de vulkaan lijkt net alsof je nog in de oertijd bent, zand, grauw, vreemde bulten gevormd door de lavastroom.

Om ongeveer zeven uur zijn we terug in het hotel, ontbijt en douchen en daarna om negen uur vertrekken richting Bali. Na eerst een heel kaal gedeelte (dor en droog) van Java te hebben gezien, komen we ’s middags om één uur aan bij de veerboot.

 
 

Bali

De reis naar Bali

Half twee vertrekt de boot vanaf Java naar Bali, en half drie zijn we op Bali waar gelijk een bus klaar staat. We gaan eerst met de bus naar het noorden van Bali, wat ons goed uitkomt. We willen naar Lovina Beach gaan. Daar aangekomen valt het ons heel erg tegen. Zwarte stranden en niks te beleven. We besluiten om naar Kuta Beach te gaan, in het zuiden van Bali, zo’n vier uur reizen.

Tegen betaling brengt de chauffeur ons naar Kuta in plaats van Denpasar, wat de oorspronkelijke bestemming is.

’s Avond om acht uur zijn we in Kuta en na wat zoeken vinden we om half tien pas een hotel.

 

Kuta Beach,

We krijgen een tip dat vlak bij ons huidige hotel een ander hotel staat met zwembad voor dezelfde prijs. Dus gelijk maar omwisselen van hotel en gelijk zwemmen.

In de stad kun je haast niet fatsoenlijk lopen. Je wordt telkens aangehouden. Horloges, ringen, vervoer, leren tassen, kettinkjes, je kan alles kopen. Je wordt er soms gek van.

Op het strand staan vele vrouwen ons op te wachten en vragen ons of we een massage willen. Na zo nu en dan zwemmen, liggen luieren, drinken, wordt het om een uur of half vijf tijd om richting hotel te gaan, waar we nog een duik in het zwembad nemen.

 

Snorkelen bij Turtle eiland

Vanmorgen twintig voor negen staan we op, ontbijten en vanaf half tien wachten we nu al op het busje voor het snorkelen. Uiteindelijk komen we aan op een strand, ten zuiden van Sanur. Men is hier o.a. aan het parasailen, wat een erg mooi gezicht is.

We kunnen eerst een snorkel, bril en zwemvliezen uitzoeken en stappen nu in een houten boot vanaf het strand. Eerst gaat de tocht naar Turtle eiland. De naam zegt het al, men heeft hier als attractie voor de toeristen enkele schildpadden in een kooi in gevangenschap. Er is een hele grote reuzenschildpad bij.

Na wat foto’s maken, kunnen we nog wat schildpadjongen bekijken en een grote slang. Toeristen mogen de slang even vasthouden. Mijn reisgenoten voelen hier niet zoveel voor, maar ik durf wel even met de slang om de nek te poseren voor de foto.

Daarna gaat de boot verder naar een geschikte plaats om te snorkelen. De wereld onder water ziet er erg mooi uit, koralen en vissen, echt heel mooi. Na een tijdje  snorkelen gaan we weer aan boord, terug naar het strand.

 

Tour langs tempels

Vanmorgen nog eerder op, twintig voor acht. Na het ontbijt moeten we nu alweer wachten op het busje voor de rondreis. Het busje zit veel te vol, we moeten met vier personen op de achterbank… geen stijl.

Eerst komen we in een stadje waar houtsnijwerk wordt vervaardigd. Erg mooi en het kost ontzettend veel werk. De beeldjes zijn echter wel erg duur in verhouding tot de
Indonesische maatstaven. In ieder geval boven ons budget.

Daarna bezoeken we een dorpje waar men onder andere sarongs weeft en batikt. We zijn nu op weg naar een tempel waar we vleermuizen zouden kunnen zien. Echter vandaag zit  het verkeer daar in de knoop en is er een processie. Er is een Hindoe feest in de tempel, zodat we daar niet naar binnen kunnen. Het is echter wel mooi om de menigte Hindoes te zien in hun feestelijke kleding.

Daarna richting Mother Temple. Bij de poort entree betalen en even verder rijden voor de lunch. Alles lijkt vandaag wel wat in het water te vallen. Het plenst behoorlijk en het is bovendien wat mistig. Bij de Tempel verdringen meisjes zich voor de deur van het busje om een paraplu te verhuren.
Verder moet nu de sarong aan vanwege de tempel. Met sarong en paraplu moeten we een flink stuk wandelen naar de tempel. We kijken hier wat rond en gaan weer terug.

Op de terugweg is het nog steeds te mistig om de rijstvelden en kokosnootplantage te fotograferen.

© Back2