Back2 Reisverslag

Indonesië 1999

Flores, Rinca, Sumbawa, Lombok, Bali

 

Naar Flores

Even voor zessen gaat de wekker, snel inpakken en een taxi aanhouden naar de luchthaven. Ik koop het ticket voor Maumere en kan inchecken. Echter ze zegt dat het ticket niet bevestigd is! Gelukkig zit de man van gisteren uit het kantoortje van Merpati in de buurt en zegt “its ok” De dame schrijft niet eens op welke Gate ik moet zijn. Het staat ook nergens aangegeven. Maar weer ergens vragen, Gate 11 moet ik zijn. Het komt gelukkig toch goed. Echter het vliegtuig ziet er wel vreselijk oud uit. Het is een propellervliegtuig, een Fokker 27. Maar ja, je hebt geen keus, dus maar hopen dat het goed gaat.

De vlucht duurt uiteindelijk zo’n twee en een half uur.
We vliegen niet zo hoog dus kun je het landschap van de eilanden die ik ga bezoeken mooi bekijken. Een taxi brengt me naar hotel Gardena, een eenvoudig hotel met een mandi-bak als douche.
Even opfrissen en dan ergens wat gaan drinken. Ik beland bij het Golden Fish restaurant met uitzicht op het water, daar even wat lezen en rusten daarna weer richting hotel. Onderweg weer veel mensen die “hello mister” roepen “where are you going”. En de studenten hebben hier van school opdracht gekregen toeristen te vragen hun schrift te tekenen en te voorzien van naam, land en beroep. Dit alles om hun engels te oefenen. Echter ik heb vandaag al minstens 10 schriften moeten tekenen.Bij het hotel ontmoet ik de gids Dino Lopez. Hij laat mij wat foto’s zien van zijn tours met toeristen. Hij is ook op Sulawesi geweest. Toch ben ik niet zo geïnteresseerd in zijn tours.

S’avonds uit eten, het is behoorlijk ver weg maar ik kreeg het idee naar restaurant Bamboo Den te gaan. Ik bestel hier cola, nasi campur en es jurek. Ik ben de enige in het restaurant, maar er komen nog twee inwoners bij en later een donkere man, die blijkt ook een toerist te zijn, hoewel iets minder opvallend. We raken aan de praat, hij heet Geoff, komt uit Australië en reist sinds kort rond en ziet wel waar en of hij eindigt. We hebben een fantastisch gesprek, over het volgen van je hart en hoe hij over het leven denkt. Dit zet mij aan het denken en ik weet nu eigenlijk ineens dat ik toch niet langer in Maumere moet blijven. Geoff voelt zich overigens een beetje ziek, hij heeft koorts gehad en laat zich onderzoeken in de volgende bestemming Moni. Het zou eventueel malaria kunnen zijn, waarvoor hij niets gebruikt (don’t worry). We nemen voorlopig afscheid, wie weet kom ik hem weer tegen in Moni bij homestay Daniel. Dit gesprek heeft me goed gedaan en geeft weer nieuwe reisenergie.

 

Van Maumere naar Moni

Vanmorgen vroeg wakker door het vele lawaai. De ramen van de slaapkamer grenzen aan de binnenplaats/eetzaal. Ik ben van plan bij de bank nog wat geld te halen voor de komende tijd. In de kleine dorpjes zijn namelijk geen banken. Hoewel op de bankdeur open staat, is er in eerste instantie niemand te bekennen. Dan komt er toch iemand te voorschijn en zegt dat ze gesloten zijn.
Verder was ik van plan toch maar even bij Geoff langs te gaan, gezien hij misschien wel behoorlijk ziek is en ik misschien iets voor hem kan doen. Ik krijg geen gehoor op mijn geklop op de deur, maar een jongen die er werkt zegt dat hij behoorlijk ziek is en naar het ziekenhuis in Maumere is gegaan. Met een bemo kan ik daar komen. Ik besluit maar even te kijken of ik hem kan vinden. Ik weet echter alleen maar een voornaam en ze spreken vrijwel geen engels. Maar ze begrijpen het uiteindelijk. Hij blijkt te zitten wachten op de uitslag van een bloedproef. Hij heeft inderdaad malaria en krijgt medicijnen hiervoor en moet 3 dagen rust houden. We eten nog wat bij Bamboo Den en nemen na uitwisseling van adressen afscheid. Het is al 12 uur geweest, ik had eigenlijk al moeten uitchecken.

Tegen half 2 ga ik richting het busstation. Het wandelen met alle bagage valt niet mee in de hitte van de zon. Een bemojongen vraagt waar ik heen moet en ik ga maar mee met de bemo. Ik word bij de juiste bus afgezet die volgens mijn boek om 14.00 uur zal vertrekken. Echter ik ben tot nu toe de enige passagier. Dus dat kan nog wel even duren. Het wordt uiteindelijk kwart voor vijf wanneer we vertrekken.
Ondertussen ontmoet ik een student derde jaars Rusmin, die zijn engels wil oefenen en mij ook wil schrijven. Ik beloof hem dat ik 1 keer terug zal schrijven met een verhaal over mijn vakantie. Bij de bus ontmoet ik een politieagent Simon, die ook engels wil oefenen. We hebben een heel gesprek over de politieke situatie. Verder verteld hij dat er problemen zijn op Sumba, de bevolking schijnt met stenen naar de politie te gooien. Hij zegt dat ik daar beter niet naar toe kan gaan. Ik heb toch al wat twijfels gekregen over Sumba wegens moeilijke bereikbaarheid. Er gaat maar 1 boot per week.

De bus maakt eerst nog wat rondjes door Maumere, dan weer terug naar het busstation en dan vertrekken we. Uiteindelijk zit de bus behoorlijk vol met nog wat mensen half uit de deuropening en een aantal op het dak. De reis duurt zo’n 3 ½ uur. Half negen ben ik in Moni. Ondertussen nog even een tussenstop in een dorpje, waar we even uitstappen. Inmiddels is het al donker. Hier maak ik een praatje met een medepassagier. Hij heeft rechten gestudeerd in Denpassar, woont op een klein eilandje en probeert nu in Ende journalist te worden.

Bij homestay Daniel word ik uitgezet en betaal de bus. Het is een eenvoudige kamer. De wc/mandi moet ik delen met de rest. De dochter van de familie stelt zich voor als Marya en is verrast dat ik uit Holland kom. Haar nicht is met een man uit Tilburg getrouwd. Ze hebben een traditionele bruiloft gevierd. Ik ga het behoorlijk donkere dorp in met een zaklamp. Een man begeleidt me naar een restaurant. Het is hier behoorlijk koud in de bergen tegen de vulkaankrater.

 

Prachtige sawa’s in Moni

Vanmorgen thee met een pannenkoek met banaan, best wel goed als ontbijt. Ik probeer de waterval en hete bron te vinden, dat is nog niet zo eenvoudig. Bij Kelimutu restaurant eerst maar een cola. Daar werkt een student toerisme waar ik wat mee praat. Ik loop tot de kruising Ende en Kelimutu, maar ga maar weer terug. Ik heb onderweg al ergens iets van een beekje gezien. In een bocht ga ik langs een vreselijk steil paadje naar beneden. Aan de
planten houd ik mij vast. Ik kan me niet voorstellen dat de bevolking ook altijd dit pad neemt, maar dit is het enige wat ik kan vinden. Ik loop langs het kanaaltje en vindt uiteindelijk de waterval. De hete bron vind ik maar niet. Er kan niet gezwommen worden hier. Ik steek het beekje nog over en klim naar boven, maar dat leidt tot een dorpje. Ik loop nog maar een eind stroomopwaarts en kom midden in de natuur. Het is nu op het warmst van de dag, ik kan beter maar weer even terug gaan.

Het dorpje Moni is ook prachtig met tegen de bergen sawa’s. Later op de middag maak ik nog wat foto’s van sawa’s in de buurt en loop nog wat door het dorpje Moni. Ik kom een oud adathuis tegen waarin houtsnijwerk is aangebracht. Ik wordt uitgenodigd s’avonds bij het dansen te komen kijken, maar dat interesseert me niet zo, hoewel ik dit maar niet laat blijken.

 

De dorpjes Jopu en Wolowaru

Vanmorgen is er markt in Moni. Er is niemand van het personeel voor het ontbijt, dus kijk ik eerst even rond op de markt. Daarna een fruitsalade, vers van de markt, als ontbijt. Het is nog niet al te warm dus besluit ik vandaag een fikse wandeling te maken langs kleine dorpjes op weg naar Jopu. Iedereen roept naar mij onderweg. Het is hier prachtig tussen de vulkaankrater en de bergen in. Op een gegeven moment, na reeds een flink aantal dorpjes, stopt er een bemo voor mij en vraagt of ik mee wil. Het is nu al behoorlijk warm, dus ik besluit mee te gaan naar Jopu. Daar komt de school net uit en lopen alle kinderen mij achterna en vragen hoe ik heet. Ik volg de weg naar boven in het dorp.  Iemand zegt dat ik wel even ergens iets kan drinken en ik loop iemand achterna. Ik word uitgenodigd in het huis van een oudere man, Frans. Hij spreekt enigszins engels. Ik kan er koffie krijgen maar vraag air putih, gekookt water.

Later zetten ze nog een schaal bananen voor me neer. Ik neem er maar één, want ze zijn behoorlijk arm. Frans heeft vroeger gestudeerd op Sulawesi in Ujung Pandang. Hij is actief in de politiek voor de PDI van Megawati. Megawati is zelfs bij hem op bezoek geweest! Ik mag zijn huis van binnen bekijken, het is allemaal zeer armoedig en eenvoudig. Frans is 62 en zijn vrouw is enige tijd geleden overleden. Hij heeft zeven kinderen. Ik krijg nog koffie aangeboden en besluit toch maar een bakje te nemen. Het smaakt best wel goed. Zo’n 14.00 uur vertrek ik en maak een foto van hem en het huis, die ik hem zal toesturen samen met een brief. We nemen hartelijk afscheid en ik loop richting Wolowaru.

Het is hier echt schitterend onderweg. Het loopt alsmaar naar beneden met een prachtige uitzicht op het landschap en in de verte de zee.
In Wolowaru neem ik de bus naar Moni. Ik kan er nog best bij en zit op bagage half in de deuropening. In Moni rijdt men wel iets te ver door, maar dat geeft niet. Ik ga eerst maar eens een lemon juice drinken en dan op naar de hete bronnen voor een bad.

Ik ben de bronnen gisteren voorbij gelopen. Het stelt ook niet zoveel voor, maar nu zijn er mensen aan het baden en valt de plaats meer op. Het is hier heerlijk warm water wat een beetje doorstroomt en ververst. De mannen en vrouwen hebben elk een gescheiden gedeelte. Je kunt er zo’n beetje in gaan liggen tussen de stenen en het zand. Men heeft hier zeep en tandpasta meegenomen en schrobt zichzelf behoorlijk met een steen! Ik heb de shampoo meegenomen en kan hier mooi mijn haar wassen. Altijd beter dan een bak met koud water over je heen gooien. Ik probeer het T-shirt ook nog wat te wassen hier. Hoewel ik de boel niet eerder dan overdag kan laten drogen in de zon. Nu maar op naar het restaurant in de buurt.

De markt en heetwaterbronnen

Vanmorgen al vroeg wakker, even naar het nieuws uit Nederland luisteren. Buiten gewacht, maar er was niemand aanwezig om ontbijt te maken. Dus eerst maar even rondkijken op de markt. Vandaag is de markt nog groter. Meer kleding, gedroogde vis, groente en fruit en huishoudelijke artikelen. Daarna maar weer eens kijken of er ontbijt is. Alex, de zoon, ziet me en regelt het een en ander. Marja is nog weg naar Ende, maar haar moeder gaat op de markt wat voor me halen. Het worden 2 pakjes met kleine cakejes en ook nog ananasstukken en natuurlijk een groot glas thee.

Hierna ga ik richting de waterval en steek hier het beekje over en ga bergopwaarts richting het dorpje.
Hoewel men roept in het engels dat ik in de tuinen beland loop ik toch door en volg een klein paadje langs koffieplanten en andere dingen die men verbouwt. Ik kom nog wat vastgebonden koeien tegen en een paard. Uiteindelijk heb ik een prachtig uitzicht op een klein dorpje beneden en ga uiteindelijk terug.

Ik maak nog even een foto van een koffieplant met vruchten.
Dan kom ik weer terug in het dorpje, dichtbij de waterval. Ik ontmoet hier Dorethea, het meisje wat mij gisteren aansprak in de bemo onderweg naar Jopu. Ze nodigt me uit als ik straks uitgewandeld ben even te rusten in de schaduw van haar huis.

Ik loop het paadje naar boven, dat blijkt te leiden naar de vulkaan, de Kelimutu. Onderweg kom ik dan ook een aantal tegen die de vulkaan al hebben bezocht. Het was schitterend zeggen ze.

Ik rust uit op een “bankje” van bamboe op een akkertje tussen de bomen. Er komen  wat dorpelingen aan die hier werken, en met één van hen praat ik even en vraag naar de heetwaterbronnen. Er zijn er namelijk nog meer, maar ik weet ze niet te vinden. In de zanderige modder wordt het pad voor me uitgetekend. Ik geniet nog wat van de koelte, het is wat bewolkt en best lekker hier in de schaduw. Daarna loop ik terug naar het dorpje naar het huis van Dorethea. We praten wat over het bestaan hier. Haar familie verbouwt koffie, wat het meeste oplevert, en verder ook ananas e.d. Ze verteld me wat over betelnoot en laat me dat zien. Ik krijg koffie aangeboden en maak tenslotte nog een foto van het huis met haar ervoor.

Ik loop terug naar Moni en drink wat en ga vervolgens naar de nog hetere waterbronnen. Dit is  een behoorlijke wandeling naar boven.
Bij het kruispunt Ende neem ik de afslag Kelimutu.

Het is hier prachtig in de natuur. Na enige tijd kom ik langs het dorpje waar ik naar beneden kan naar de bronnen. De dorpelingen vertellen me waar ik langs moet. Het is echt schitterend hier. Vanaf de bronnen kijk je naar beneden uit op de rijstvelden in plateau’s tegen de bergen.

Het water is hier behoorlijk warm. Er is nog een dorpeling aan het baden en hij doet tevens de was. Ook andere dorpelingen komen langs om heet water te halen of de was te doen en te baden. Even lekker bijkomen midden in de natuur. Op een gegeven moment heeft een hond een klein jong varkentje te pakken.
De dorpelingen proberen het probleem op te lossen.

Ik loop uiteindelijk de weg weer terug en zie plotseling kleine aapjes in een boom vruchten aan het eten.  Ze schrikken echter en zijn snel verdwenen uit de boom. Het is behoorlijk bewolkt en er vallen zelfs enkele regendrupjes. Echt lekker genieten van de rust en de natuur. Ik heb uiteindelijk nog een heel gesprek met Alex die mijn advies wil over wat voor werk hij moet gaan doen. We hebben een leuk gesprek over diverse onderwerpen.

 

Vulkaan Kelimutu

Vannacht niet erg goed geslapen. Half vier gaat de wekker, snel uit bed, de truck naar de Kelimutu staat kwart voor 4 al voor de deur.  Er gaan in totaal maar drie toeristen mee. Even na 4 uur zijn we bij de controlepost, waar we moeten inschrijven en 1000 Rupiah moeten betalen. Daarna verder naar boven, en even later het laatste stuk lopen. Gelukkig licht de maan
ons wat bij op dit niet al te best begaanbare pad. Boven aangekomen lopen we naar een uitkijkpunt en wachten tot de zon opkomt.

Uiteindelijk zijn er in totaal maar 9 toeristen. Het is hier adembenemend mooi. Maar liefst 3 kratermeren, 1 zwart, 1 turkoois en 1 donkergroen.

Op een gegeven moment kom ik in gesprek met Quinten een student uit Brussel. We lopen later samen rond de 2 kratermeren waar een smal en soms enigszins gevaarlijk pad langs  loopt. Het is echt schitterend, zo’n mooi gezicht en zo groots dit is. We genieten hier beiden van en lopen na een vrij lang verblijf naar beneden.

We volgen een paadje wat de weg afsnijd en loopt langs kleine dorpjes en akkertjes.Bij een huisje laten we een ananas voor ons snijden, vers van het land. Een echt ontbijt hebben we niet gehad dus dit smaakt heerlijk.

We vervolgen het lange steile paadje naar beneden. In het dorpje beneden bij de waterval ziet Dorethea ons weer aankomen. We rusten hier wat uit. We krijgen hier koffie en Quinten spreekt inmiddels een aardig woordje Indonesisch. We gaan vervolgens langs de waterval en dan op naar de “mandi”-heetwaterbron.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Na zo’n lange tocht is het heerlijk in het warme water. De toerist uit Denemarken komt er later ook nog bij. Heerlijk baden en dat midden in de natuur!

Samen met Quinten ga ik wat eten bij ons favoriete restaurant. Het wordt gado gado en is heerlijk. Hierna ben ik toe aan wat rust en hang wat rond bij homestay Daniel. Ik heb besloten morgenochtend vroeg met de 5.30 uur bus te vertrekken naar Ende.

 

Naar Ende

De bus blijkt eigenlijk om 6 uur te vertrekken, maar dat hebben ze gisteren niet tegen me gezegd. Ik ben dus voor niets een half uur te vroeg op. Dan blijken de eerste 2 bussen ook nog vol te zijn dus wordt het inmiddels 7 uur voor ik vertrek. Alex gaat ook niet mee, zijn boot vertrekt pas zaterdag zegt zijn vader, die met mij meereist naar Ende. Hij gaat ook mee in de bemo op weg naar hotel Ikhlas, maar gaat er eerder uit. De bemo maakt heel wat rondjes voor ik bij het hotel ben. Ik krijg een kamer met eigen mandi. Ik loop wat door de stad naar de markt, zo’n beetje het enige aantrekkelijke van de stad. Verder zoek ik een winkel voor ansichtkaarten, het liefst met de Kelimutu er op. Dit blijkt niet eenvoudig te zijn. Uiteindelijk kom ik er achter dat er slechts 2 winkels zijn die mogelijk ansichtkaarten verkopen. Één hiervan heeft ze al niet meer en de ander weinig keus. Het is hier behoorlijk warm in de stad en ik ga s’middags daarom maar even rusten in het hotel, weg van de hitte en het stof van de drukke stad.

Tegen de avond probeer ik een restaurant uit mijn reisgids te vinden, maar het is niet op de plaats waar ik het verwacht en waarschijnlijk opgeheven. Er is wel iemand die mij de weg wijst, maar volgens mij niet naar het restaurant wat ik bedoel. Ik ga daarom maar naar hetzelfde restaurant als vanmiddag “Islana Bambu”. Daarna maar terug naar het hotel lopen en kaarten schrijven. Deze stad moet je zo snel mogelijk verlaten. Ik ga morgenochtend daarom door naar Bajawa, ongeveer 5 uren in de bus.

 

Bajawa

Tegen zessen wakker en ontbijt in het hotel besteld, een pannenkoek met ananas en thee. De mieren krioelen in de suikerpot, dus haal ik er maar één van een andere tafel. Zo’n kwart voor zeven vertrek ik en loop naar de andere kant van de straat voor een bemo richting de markt. Iemand van het hotel loopt me nog na en vraagt naar de sleutel, maar die had ik aan een schoonmaker afgegeven. De bemo gaat toch uiteindelijk een westelijke richting op en de chauffeur vraagt of ik naar Bajawa ga. De bemo zet mij uiteindelijk af bij het busstation.

Al voor we bij het busstation zijn springen er een aantal jongens op de bemo en zeggen dat ze mijn bagage dragen. Ze zijn mij een beetje te enthousiast en ik zeg dat ze er vanaf moeten blijven. Het blijken de hulpjes van de bus naar Bajawa te zijn, maar je kunt maar beter uitkijken. De bus vertrekt zo’n 8 uur pas, dus ik ben mooi op tijd. S’middags komen we aan bij het busstation in Bajawa. Het is best wel een aardige reis over soms wat slechte wegen. De bemojongen vraagt waar ik naar toe wil en de rugzak kan weer op het dak. Ik ben in een volgende bemo en wordt afgezet in de buurt van homestay Sunflower. Een kamer met mandi inclusief ontbijt en s’middags thee. Het is een aardig stadje en goed te bewandelen. Eerst wat drinken en voor sluitingstijd nog bij het postkantoor langs voor postzegels. Er moet maar liefst 6000 Rupiah op een kaart en dat verdeeld over 3 postzegels, een heel geplak. Met een soort hamer slaat hij één voor één een stempel op de kaarten.

Ik loop nog wat over de markt en koop wat antimuggen wierook. Bij mijn hotel kom ik de gids Maximiliano tegen en ik kan een trip langs authentieke dorpjes bij hem regelen. S’middags kom ik hem nogmaals tegen en hij wijst mij op een feest bij de kerk waar men in traditionele kledij danst.
Ik blijf hierbij wat staan kijken. Het is een typisch rooms katholiek gebeuren maar dan met traditionele dansen eraan toegevoegd. Ik maak wat foto’s en zie de Deen, die ik ken van Moni, weer terug. We spreken af in het restaurant, waar we samen eten. Maximiliano komt ook weer langs in het restaurant. Het blijkt dat de Deen morgen ook meegaat.

 

Langs traditionele dorpjes

Vanmorgen half negen komt Maximiliano langs en ziet even later mijn nieuwe buurvrouw bij het hotel. Het is een Indiaas type. Ze zegt dat ze vandaag wel mee wil. In dat geval hebben we voldoende deelname. Ze moet echter de was nog doen etc. Uiteindelijk wachten we allemaal op haar en klopt
Maximiliano op haar deur. Dan vraagt ze of de bank vandaag ook open is, want ze heeft niet genoeg geld. Ze gaat dus niet mee! De Deen zegt dat als het probleem is dat Maximiliano nog geld erbij moet hebben, hij dat wel wil betalen. Ik zeg
dat we dat dan wel delen. Het drietal uit Tsjechië wil namelijk slechts de halve dag mee.

We vertrekken en komen in de buurt van de vulkaan voor een fotostop. De wegen zijn hier smal en vaak slecht. We belanden in een traditioneel dorpje en kunnen wat rondkijken. Rondom de oude gebouwtjes staan inmiddels moderne stenen huisjes.

 
De oude gebouwtjes bestaan uit een met houtsnijwerk versierde paal met rond rieten dak, het symbool voor de mannelijke voorouders en miniatuurhuisjes, het symbool voor de vrouwelijke voorouders.

 
 
We gaan naar Bena, één van de toeristische dorpjes, en maken ook hier wat foto’s en genieten van het uitzicht op de bergen en de vulkaan.

Maximiliano verteld ons later dat de vrouw eigenaresse is van de bezittingen. Bij een huwelijk komt de man in het huis van de vrouw wonen, tenzij de dorpsoudste, de aangewezen wijze man in het dorp, beslist dat ze elders moeten wonen. Er worden karbouwen gevraagd als bruidsschat, die worden opgegeten als de familie op het feest komt. We eten later bij de familie van de gids, rijst met bonen, tempé, jackfruit en bami, vervolgens worden de Tsjechen in Bajawa bij de markt eruit gezet en gaan wij naar de heetwaterbronnen in de buurt van het vliegveld.

 
Het warmwater borrelt hier uit de grond en vormt al snel een snelstromende rivier. Het water komt samen bij de waterval met water van normale temperatuur en mengt zich daar tot een wat koelere temperatuur. Het is lekker genieten hier van het warme water.

 

Traditionele dansen en sterke verhalen

Vannacht beter geslapen vanwege de deken, die hier echt wel nodig is. Half acht weer even luisteren naar het nieuws uit Nederland. Het ontbijt is weer hetzelfde als gisteren, 2 cakejes, banaan, en passievrucht met thee. Vandaag ga ik wat rusten en luieren, het is tenslotte vakantie. Tegen 11 uur naar de markt en wat koekjes, knabbelnootjes en ananas gekocht. Hierna nog wat op bed gelegen en zo’n 15.00 uur komt Gabi, de Duitse toerist, even langs voor een praatje.

Zo’n half vijf ga ik richting de kerk en kijk of er misschien nog dansen zijn. Het is er behoorlijk druk en ik geniet van het traditionele dansen. Ik maak onderweg nog even een praatje, onder anderen met Maximiliano. Dicht bij mijn homestay kom ik een leraar engels tegen met zijn vader. Ze vragen mij naar mijn mening over Oost-Timor. We hebben het over ontwikkeling van Indonesië, politiek etc. De Deen kom ik hier ook nog tegen en hij discussieert ook mee.

Het is alweer 18.00 uur en 19.00 uur gaan we met z’n drieën eten bij restaurant Carmellya. Gabi komt met nog drie mensen aan in het restaurant, dus eten we met z’n zessen. Er is een Duitser bij die in Indonesië een fiets gekocht heeft en een groot deel per fiets aflegt en er is een stel, hij is Brits en zij van Australische komaf. Zij zijn op doorreis naar Australië op vakantie in Maleisië en Indonesië. Ze vertellen sterke verhalen over dat zijn zaktelefoon is gestolen en dat ze op Timor bij een afgelegen hotel zijn afgezet en bang waren voor beroving. Dan verteld de Duitser een verhaal dat een bende op de vulkaan Rinjani hen had beroofd en dat de plaatselijke bevolking de buurt had uitgekamd en zelfs minstens 1 bandiet heeft vermoord. Het geld hebben de toeristen weer terug gekregen. Sinds de economische crisis schijnen dit soort dingen soms voor te komen. De Brit zegt dat zijn vriendin eigenlijk niet precies wist hoe je de mandi en het toilet moest gebruiken. Ze dacht misschien achterstevoren op het toilet te moeten zitten. Ze is niet blij met dit verhaal, maar wij kunnen er smakelijk om lachen. Ze hebben hier overigens heerlijke saté met ketjapsaus in het restaurant.

 

Uitzicht over Bajawa

Vandaag ga ik een wandeling maken, de heuvel op in de buurt van de kerk. Eerst weer even het nieuws beluisteren,daarna vertrek ik. Een tweetal jongens met een kapmes gaan ook de berg op en ik loop tussen hen in.
Halverwege nemen we afscheid en ga ik nog wat verder naar boven. Je hebt hier een prachtig uitzicht over Bajawa met de vulkaan op de achtergrond. Ik probeer nog verder naar boven te komen maar het staat hier vol met koffieplanten. Ik kom hier wat mensen tegen die hier aan het werk gaan, maar besluit uiteindelijk terug te gaan, want het pad is hier niet duidelijk meer.

Beneden loop ik een andere weg in naar een volgende hoogte. De bevolking groet en vraagt steeds waar ik naar toe ga. Je hebt hier als toerist veel bekijks en staat voortdurend in de belangstelling. Na wat rusten op een betonnen bruggetje loop ik weer terug naar Bajawa en koop op de markt weer een ananas. Ik doe nog de was en rust verder wat en heb besloten morgen te vertrekken naar Ruteng. Ik betaal voor de 4 nachten in dit homestay en vraag naar de bus voor morgen. In andere hotels laat men de bus stoppen, maar ik kan bij de weg gaan staan en een bus aanhouden. Ze zijn hier niet erg behulpzaam, maar het uitzicht vanaf het balkon maakt veel goed.

 

De markt in Ruteng

Vanmorgen 6 uur wakker en inpakken en vragen om een ontbijt. Tegen 7 uur sta ik bij de weg en stopt er uiteindelijk een bus richting Labuhanbajo. Er zit al een Nederlands en een Frans stel in de bus. Na wat wachten bij het busstation gaan we uiteindelijk weg. Onderweg stappen nog meer mensen op. In het begin heb ik 2 stoelen ter beschikking, later komt er een jonge vrouw met baby naast me en een oudere man met een klein jongetje. Een meegebrachte levende kip ligt later onder de zitting van de Fransen voor mij. Na een korte lunchstop komen we aan in Ruteng en wordt ik voor hotel Karya uitgezet. Het is een oud hotel, geheel van hout opgebouwd. Ik heb een kamer met
2 bedden met klamboe. In Bamboo Den restaurant eet ik nasi campur en ga hierna de markt op.

Wat een markt, echt gigantisch groot met veel gedroogde vis, groente en fruit. Verder veel winkels. Ik ontmoet Sören, de Deen, hier weer. Het begint behoorlijk te regenen en we schuilen. Een oude vreemde man maakt een praatje en lijkt wel boos op ons te zijn. Het valt echter mee, hij bedankt voor de hulp van westerse landen voor ontwikkeling in Indonesië. We praten nog met een leraar engels en later met een student. Hij wil touristguide worden. Ze verbouwen thuis rijst en groente en verkopen dit op de markt. 1 kilo rijst is 2.000 Rupiah waard. S’avonds eten we in Bamboo Den, het licht valt ook nog uit. Half negen moeten we vertrekken uit het restaurant. Zelfs de deur van het hotel is al op slot!

 

Golo Curu (welcome Mountain)

Ik was al wakker geworden, maar om 6.00 uur wordt ik ook nog eens ongevraagd gewekt met de vraag “koffie of thee?”. Ik neem het te vroege ontbijt maar in ontvangst en luister later naar de radio voor het nieuws van Oost-timor. Later haal ik op de markt nieuwe sandalen en wandel naar de Golo Curu. Ik neem een verkeerd pad en beland midden in de rijstvelden. Wel mooi om te zien maar bij een huisje vraag ik de weg en moet ik toch weer terug.

Later kom ik aan bij de berg, die tevens als pelgrimsoord in gebruik is. Onderweg zijn er allemaal beeltenissen van de lijdensweg van Christus te zien. Twee jongens zitten bij één van de beeltenissen en lopen met mij mee naar boven. Ik geniet hier van het uitzicht en maak wat foto’s. Het is al met al een lange wandeling, dus op naar het restaurant. Daarna wat rusten en neem ik nog een mandi (“douche”). Daarna naar de markt waar ik Ludo tegenkom, de student die ik gisteren ook ontmoette. We gaan naar de markt, waar nog een andere student palmsuiker verkoopt. Sil, een andere student, voegt zich er nog bij en ik word uitgenodigd om bij hem thuis te kijken. Daarmee wordt echter een studentenhuisvesting bedoeld, zo blijkt. De studenten willen graag hun engels in de praktijk brengen. Ze gaan allen naar een soort school voor toerisme. Sil heeft stage gelopen op Sumba en zegt dat er bijna geen toeristen komen. Ik vraag of het waar is dat er problemen zijn op Sumba.. Sil bevestigd dat er soms op de markt met stenen werd gegooid door studenten. In zijn hotel met 40 kamers waren slechts twee toeristen. Het is al bijna kwart voor zeven, wanneer we aankomen bij restaurant Bamboo Den. Het restaurant waar Sil werkt is langer open tot zo’n 22.00 uur. Zo’n half negen gaan we daar naar toe. Dit nadat we afscheid nemen van een oudere man die van de restjes zit te eten in het restaurant. Hij neemt zelfs mijn restjes van de 2 vissen en haalt er nog wat stukjes vanaf!. Dit hebben we nog nooit meegemaakt en is wel lachwekkend. We praten gezellig bij Sil in het restaurant,waar we tevens de arak proeven. We geven Sil wat tips om tourguide te gaan worden in Ruteng.

 

Labuhanbajo

Vanmorgen vertrek ik naar Labuhanbajo. De man van het hotel gaat nog voor mij op de  brommer weg om de bus te regelen, maar kan deze niet vinden. Ik kan beter naar de busterminal gaan. Uiteindelijk vertrekken we om 9.00 uur. Sören reist ook mee. S’middags komen we aan bij het hotel Gardena met prachtig uitzicht op de bootjes in de haven.

Ik heb een prachtige houten bungalow met mandi met eveneens een schitterend uitzicht vanaf het balkon op de bootjes. Later gaan we nog naar een klein strandje.

 

Rinca

Komodo varanen op Rinca

Gisteren hebben we een boottocht geregeld naar Rinca, dusvanmorgen vroeg op, 6.30 uur ontbijten. 7 uur komt Alloys, onze gids, ons ophalen en samen met de kapitein, Roy, gaan we naar de boot. Het is een prachtig boottochtje tussen kleine eilandjes doorvaren en langs de kust van Flores en Rinca.

We krijgen een ranger, een gids van het natuurpark, toegewezen met de grappige naam Urbanus. Na het betalen van de entree gaan we met z’n vieren het eiland op. We zien eerst al een jonge varaan lopen en later ligt er bij één van de gebouwen één te luieren. Vanaf het balkon kan ik dichtbij een foto maken. Later zien we verderop een plaats waar eieren zijn gelegd, die na 8 a 9 maanden uitkomen. We zien ook aapjes in de lontarpalmen en we zien een hert en komen een aantal malen varanen tegen waaronder 1 heel groot exemplaar.

Rinca is verder een prachtig eiland begroeid met palmen, bomen, cactussen en gras. We zien veel uitwerpselen van buffels,maar krijgen de dieren zelf niet te zien. We genieten vanaf de heuvels van het uitzicht op de zee en na een rustpauze maken we nog een wandeling voor het uitzicht op zee aan de andere kant van Rinca.

We varen terug en het is inmiddels bewolkt en regent soms een beetje. Na wat eten en drinken bij het restaurant van Gardena, regelen we nog een boottochtje en verblijf op het kleine eilandje Kanawa. Dit schijnt een mooi eilandje te zijn met een mooi strand en waar je kunt snorkelen.

 

Kanawa

Vannacht beter geslapen dan gisternacht. Inmiddels ben ik al wat gewend aan de
dierengeluiden. Het moslimgezang went echter niet. Eerst naar het nieuws luisteren, daarna ontbijt en genieten van het uitzicht op de haven en de zee.
Half elf is het vertrek gepland naar het eilandje Kanawa. Het ligt slechts 1 uur verwijderd vanaf Labuhanbajo per boot. Het eilandje heeft een mooi strand en leuke strandbungalows en 1 restaurant. Ik verken het eiland eerst wat en beklim de steile rotsen. Het is een prachtig uitzicht, maar de weg terug is moeilijk, zo steil is het. Hierna wat zwemmen en lekker op het strand liggen genieten van de zon en het uitzicht. We hebben reeds een grote rode vis bewonderd als avond eten.

Vannacht gestoord door vermoedelijk een muis die op mijn bagage klom. In de ochtend bleek hij slechts een zakdoekje te hebben vermorzeld.
Na een bananenpannenkoek met thee als ontbijt ga ik lekker zwemmen en op het
strand liggen. Het is al snel te warm op het strand. Samen met Sören heb ik een boot gecharterd, die ons vanmiddag zal terugbrengen naar Labuhanbajo.

Ik kijk wel uit naar een verfrissende douche in het hotel Gardena. Het water op het eilandje is momenteel nogal schaars en niet toereikend voor een douchebad.
Zo’n 14.00 uur vertrekken we en nemen afscheid van Gabi en een andere Duitse dame en van de Britse dame. In Labuhanbajo nog even wat inkopen doen voor morgen op de boot, daarna nog even op het terras genieten van het uitzicht.

 

Sumbawa

Boot naar Sumbawa

Vanmorgen even na 7.00 uur eerst naar het havenkantoor voor een bootticket naar Sape op Sumbawa. Het is niet vreselijk druk maar men dringt altijd voor in Indonesië. Ik moet dan ook een beetje brutaler zijn. Het kaartje kost slechts 12.000 Rupiah. De man typt mijn naam op de lijst. Bij de toegang tot de ferry vraag ik hoe laat hij vertrekt. Ik moet 8.00 uur aan boord zijn, de boot vertrekt 8.00 uur of half negen zegt men. Dus eerst snel ontbijten en afscheid nemen van Sören, die met een 4 daagse boottocht naar Lombok gaat. Ik ben 8.00 uur aan boord, maar de boot vertrekt pas om 10.00 uur. Ze hebben een video met de film Waterworld, ter afleiding. Het waait bijna niet, dus weinig
golfslag. We zijn dan ook ruim voor 6.00 uur in de haven bij Sape. Met een paardenbemo ga ik, 4 km verderop, naar Sape en wordt bij losmen Friendship afgezet.

 

Van Sape naar Bima

In de ochtend breekt er paniek uit in het hotel en de omgeving. Er blijkt in de buurt brand te zijn en iedereen rent over de straat.
Verder is het een drukte met al die paardentaxi’s op straat. Ik haal wat postzegels bij het postkantoor. Er hoeft nu de helft minder aan postzegels op, misschien heb ik de vorige keer teveel betaald, of vergist de beambte zich nu. Hij geeft ook te weinig geld terug en het kost me moeite hem dit uit te leggen. Verder krijg ik van 1 van de drie postzegels 1 te weinig. Na het zien stempelen van de kaarten ga ik de markt bekijken. Verder haal ik nog een cola bij het restaurant van gisteravond, waar ik nog wisselgeld tegoed had. Met een paardentaxi ga ik richting het busstation. Het duurt echter wel een uur voordat de bus naar Bima eindelijk vertrekt. Ik zit tussen 2 Indonesiërs in op een tweepersoons bankje wat enigszins naar het midden van de bus is geschoven. Na zo’n 2 uur zijn we bij het busstation en kan ik vlot overstappen in een bemo.
De eerste 2 losmen zijn reeds vol. Ik wordt door een behulpzame man naar een ander hotel per bromfiets gebracht. Ik beland in een vrij groot hotel “Lila Graha”. Na een fruitsalade en een cola, probeer ik een busticket naar Mataram (Lombok) te krijgen. De man bij het kantoor heeft het niet goed begrepen en schrijft een ticket voor de nachtbus uit. De ochtendbus is al bezet. Ook bij een andere maatschappij is de bus reeds volgeboekt. Bij een ander kantoortje krijg ik de mededeling dat ik morgenochtend met een kleine bus om 6.00 uur s’ochtends zou kunnen vertrekken. Hij verkoopt hiervoor geen kaartjes. Dus morgen maar een gok wagen op het busstation. Lukt het niet dan kan ik altijd nog naar Sumbawa Besar gaan. Ik bekijk het centrum van Bima en de markt en rust wat uit in mijn hotel. S’avonds ontmoet ik een andere, Indonesische hotelgast, een vertegenwoordiger voor medische benodigdheden. Hij spreekt niet zo goed engels, maar doet zijnuiterste best om de woorden te vinden. Er komen nog 2 hotelhulpen bij zitten en we praten gezellig met elkaar.

 

Van Bima naar Sumbawa Besar

Vanmorgen vroeg op en tegen 6.00 uur ben ik bij het busstation, op zoek naar een bus naar Mataram (Lombok). Er komt echter geen bus met die bestemming. Ik raak in gesprek met Hal een buschauffeur, hij adviseert mij ook met de bus naar Sumbawa Besar te gaan. Het is een grote bus, maar in de loop van de ochtend, na diverse stops, is de bus tjokvol. Ik zit naast een Indonesisch echtpaar, waarvan de vrouw al spoedig moet overgeven. Even later haar man naast mij ook al. Ze blijven echter van alles eten en drinken en de man vraagt om de laatste plastic zakjes, die ze met z’n tweeën dan ook hard nodig hebben. Het uitzicht maakt echter veel goed. Eerst een zoutwinnerij, later rijstvelden en de bergen door langs de kust met mooi uitzicht. Ik beland s’middags uiteindelijk in Sumbawa Besar op het busstation. Echter dit ligt nogal buiten de stad en er zijn geen bussen meer naar Mataram. Ik ga achter op een bromfiets naar de stad en wordt bij het duurste hotel uitgezet. De goedkoopste kamers zijn echter al bezet, dus ga ik op zoek met de paardentaxi naar wat anders.

Hotel Tagdeer blijkt te zijn opgeheven, maar ik vindt een goeie kamer bij losmen Saudara. S’avonds op zoek naar een restaurant,ontmoet ik Abdul, een toeristengids op Bali. Hij komt misschien volgend jaar naar Nederland en we maken een praatje in een chinees restaurant over onder andere de situatie in Indonesië. Verder waarschuwt ook hij voor diefstal in Kuta Lombok.

 

Lombok

Van Sumbawa Besar naar Lombok

Vanmorgen met een bemo naar het busstation. Er is geen bus om 6.00 uur s’morgens naar Mataram (Lombok). Tegen 7.00 uur verschijnt er een airconditioned bus met vertrektijd half 8. Deze bus is stukken beter dan die van gisteren. De bus wordt niet volgestouwd met goederen en mensen. De bus rijdt behoorlijk snel naar de ferry voor een korte oversteek van zo’n anderhalf uur.
Hierna op Lombok stappen er onderweg al wat mensen uit maar de meeste bij het station Bertais. Er is geen bus te bekennen naar Kuta beach Lombok, maar al snel wordt ik door een jongen geleid naar een bemo richting Praya. Hier stap ik over naar Sengkol en dan met een Bemo naar Kuta. Er zitten wat oude dorpelingen in de bemo, die niet echt gewend zijn aan toeristen. De ene man voelt eens aan mijn arm, misschien heeft hij nog nooit een blanke toerist aangeraakt. Ik pak hem
vervolgens bij zijn arm en we lachen er samen om. De bemo wordt nog tjokvol met allerlei zakken met goederen en ik zit daardoor niet bepaald comfortabel. Maar het is best wel leuk tussen al deze dorpelingen. Ik ga naar Wisma Segara Anak en krijg een kamer met een douche en inclusief ontbijt.

Het strand ziet er mooi uit met hoge golven in de verte en prachtige rotsformaties. Het was al weer een vermoeiende dag dus eerst maar een douche en hopelijk de komende dagen een beetje uitrusten en genieten van de omgeving en het strand.

 

Kuta Beach Lombok

Vanmorgen lekker uitslapen, nieuws luisteren en dan ontbijten. Hierna wat kleding wassen. Verder wat uitrusten, lezen en nadenken over de besteding van de rest van de vakantie. Later in de middag ga ik naar het strand, maar wordt direct al overvallen door mensen die je van alles willen aansmeren op een agressieve manier. Ik wandel langs het strand verder naar de rotsen. Er staan hier mangroves in het water. Als je langs het water om de kleine rotsen heen wandelt kom je op een mini strandje. Met een kleine klim over de rots beland je op een volgend strandje met prachtig geel gekleurde rotsen. Na hier even van de zon te hebben genoten loop ik verder terug om de rots heen en beland in een andere baai met een super de luxe hotel op het strand. Hier blijf ik even staan kijken en geniet van het geluid van de branding en de prachtige rotsen op de zijkant van de baai.

 

Aapjes op de rotsen

Vandaag ga ik naar het kleine strandje bij de rotsen. Ik kom hier aan om half negen en zie meteen al aapjes op de rotsen. Als ik dichterbij kom gaan ze meer naar boven.
Als ik al een tijdje op het strand zit hoor ik ritselen van bladeren. Uiteindelijk zie ik één van de apen. Met de verrekijker ziet hij er groot en enigszins bedreigend uit. Het is waarschijnlijk een leidend mannetje, die de zaak verkent. Hij komt steeds meer naar beneden en verdwijnt, maar wordt achtervolgt door andere apen en de kleintjes. Ik kan ze vanaf zo’n 3 a 4 meter afstand op de foto zetten. Het water is s’ochtends hier laag en er zijn vele vissers staande in het water. Wat later in de ochtend verberg ik mijn spullen tussen de rotsen en ga zwemmen. Rond twaalf uur komt er een man met een kokosnoot in de aanbieding. Het is vermoedelijk één van de vissers die mij hier heeft gezien. Voor 2000 Rupiah kan ik mijn dorst lessen en met de bijgeleverde lepel van de schil kan ik de kokos er uit lepelen. Hierdoor kan ik hier nog wat langer genieten van dit prachtige strandje en de omgeving.
Je hebt het niet zo snel in de gaten, maar ik blijk wel weer enigszins te zijn verbrand in de hete zon. Zo’n 14.00 uur s’middags ga ik terug richting mijn hotel. Na wat eten en drinken rust ik wat uit na een verfrissende douche. Later nog even wat lezen ter voorbereiding op morgen, het vertrek naar Tetebatu. De beklimming van de Rinjani (vulkaan) sla ik maar over, gezien dit veel tijd en moeite kost.

 

Tetebatu

Na ontbijt en afscheid in het hotel sta ik half negen bij de kruising langs de weg naar Sengkol. Ik heb geluk, de bemo is niet vol en blijkt in één keer door te gaan naar praya. Hier stap ik vlot over naar Kopang.
In Kopang ga ik achterop bij iemand op de bromfiets richting een bus naar Paomotong, alwaar ik er uit wordt gezet en een bemo naar Kotaraja neem. In Kotaraja is geen vervoer beschikbaar, althans niet per cidomo (paardentaxi), maar een jongen met bromfiets biedt een lift aan voor 2.000 Rupiah naar Tetebatu.
Ik beland in wisma Diwi Enjeni, in een eenvoudige kamer met mandi, inclusief ontbijt. Al met al een vlotte reis, zo’n 11.00 uur ben ik op de plaats van bestemming. Vanwege de vele waarschuwingen voor diefstal, was ik extra voorzichtig en had wat extra voorzorgsmaatregelen genomen. Gelukkig geen problemen ondervonden. De man die het hotel runt is erg aardig en nodigt mij uit mee te gaan naar een tabaksdrogerij, waar hij opzichter is. We gaan nog langs
een smid die een kapmes maakt en hierna ga ik eten bij een restaurant. Een wandeling door het dorp leert dat men hier erg agressief is en iets te graag gids wil zijn voor een toerist. Ook kinderen vragen tot vervelens toe om een balpen, die ik na 4 weken allemaal al kwijt ben geraakt. Er is ook nog een trouwerij in het dorp, dus neem ik daar een kijkje tijdens de muzikale optocht.
De bruid kijkt echter niet zo vrolijk, maar het geheel is wel leuk om te zien.
Ik maak weer een praatje met Ros de man van het hotel en wordt uitgenodigd te blijven eten, hoewel er eigenlijk geen restaurant meer is bij het hotel.

 

Monkey forest

Ik had met Ros afgesproken met hem mee te gaan naar zijn stuk land met tabaksplanten. Hij moet echter vanochtend bij zijn baas langs om geld te halen voor de werknemers van de tabaksdrogerij. Ik kan hierdoor vanochtend met June mee, een jongen die mijn gids wil zijn voor onder andere “the monkey forest”. Ik had gisteravond kennis gemaakt met hem en het leek mij wel aardig om hem te helpen met wat geld voor het gidsen. We wandelen door
de rijstvelden richting de vulkaan “Rinjani”. We zien boeren aan het ploegen op de rijstvelden. Verder zijn de meeste rijstvelden nu tijdelijk veranderd in tabaksplantages.

We belanden in het apenbos, maar bijna alle mahoniebomen blijken te zijn gekapt. We zien dan ook slecht 1 klein aapje. Verder gaan we richting een waterval, waar het een beetje glibberig is op de smalle steile paadjes en ik dus onderuit ga in de modder. Bij het stroompje kan ik mezelf weer een beetje schoonmaken. Wanneer ik naar de waterval wil moet ik stroomopwaarts waden door het riviertje. Het schijnt een niet erg spectaculaire waterval van zo’n 8 meter te zijn en dit lijkt mij niet de moeite waard. Ik zie liever nog wat bos of rijstvelden, maar volgens June is dit niet mogelijk. In de buurt van zijn huis drinken we wat en dan vindt June het wel welletjes, terwijl ik had gerekend op een fikse wandeling. Ik vind het al met al wat teleurstellend en heb in zijn ogen te weinig Rupiahs over voor de wandeling van zo’n 2 uur. Ik vindt de weg terug zelf wel, terwijl June naar de moskee wil om te bidden. In het dorp Tetebatu aangekomen sla ik weer naar beneden af en loop door de rijstvelden.
Uiteindelijk raak ik een beetje verdwaald en kom in een kleine kampong terecht.
Na wat uitrusten van de wandeling, om de hitte te mijden, ga ik s’middags de zuidelijke richting uit voor een korte wandeling. Het is echter nogal bewolkt geworden en als ik later in de middag terug ben begint het dan ook al snel een beetje te regenen voor korte tijd. Het eten van gisteravond was goed en ik kan vanavond weer hier bij het hotel eten. Het wordt een curry met rijst. Het is een
curry met boontjes een ei en nog wat groente, vermoedelijk een soort augurk. Het smaakt weer uitstekend en Ros komt later er weer bij zitten voor een praatje. Ik wordt hier goed verzorgd bij het hotel, waar ik nog steeds de enigste gast ben.

 

Uitzicht op de Rinjani

Na het ontbijt ga ik over de rijstvelden richting een zijweg naar de Rinjani. De smalle paadjes tussen de rijstvelden eindigen bij de weg in een zeer steile wand. Door arbeiders van het veld worden mij de juiste paadjes gewezen, zodat ik redelijk veilig kan afdalen richting de weg. Langs de weg staan vele huizen en iedereen groet met hallo, mister etc. sommige kinderen achtervolgen mij zelfs een tijdje. Men is hier langs de zijweg nog niet zo gewend aan toeristen en hierdoor minder agressief. Na een dik uur lopen over een omhoog klimmende weg heb ik een mooi uitzicht op de Rinjani, hoewel die nog steeds ver weg blijft.

Ook langs de weg heb je een prachtig uitzicht op bos en rijstvelden. Onderweg maak ik soms een kort praatje, maar de meeste mensen kennen slechts enkele engelse woordjes. Ik loop op een gegeven moment dezelfde weg weer terug en maak diverse foto’s. Hierna wat bijkomen van de wandeling op mijn balkon, wat eten bij het restaurant. Na een beetje opfrissen middels een koude mandi ga ik wat lezen.

Gili Air

Vandaag, 8.00 uur s’morgens, vertrek ik naar Gili Trawangan. Eerst een wandeling naar het dorp, alwaar ik achterop de bromfiets mee kan rijden naar Kotaraja. Hier stap ik in de bemo naar Paomotong, aldaar aangekomen stap ik in de bus naar Mataram. In Bertais bij het busstation word ik door een aardige jongen naar de juiste bus geleid voor de reis naar Pemenang.
Onderweg raak ik in gesprek met een andere toerist, Chris uit Oostenrijk. Hij gaat naar Gili Air, waar hij bagage heeft achtergelaten in bewaring. Samen gaan we met een Cidomo naar de haven. We moeten allebeide geld wisselen. De koers is hier redelijk. De boot naar Trawangan is nog lang niet vol genoeg, maar die van Gili Air kan elk moment vertrekken. Ik besluit daarom maar naar Gili Air te
gaan. Met Chris loop ik mee naar Gita Gili, een strandbungalow-verblijf met restaurant. Ik krijg hier een bungalow met ontbijt. Er is zelfs een hangmat om lekker in te luieren. Ik maak later een wandeling rond het eiland en bij het restaurant maak ik nader kennis met Madi een medewerker van het restaurant. Het is een rustig eiland, zonder de opdringerigheid die ik tot nu toe heb meegemaakt
op Lombok. Later komt Chris ook naar het restaurant en gaan we samen ergens vis eten.

Zonsopkomst vanachter de Rinjani

De zonopkomst vanachter de Rinjani is prachtig. Na het maken van enkele foto’s ga ik eerst genieten van mijn hangmat. Bij het ontbijt tref ik Chris weer en vraag de Lonely Planet reisgids van hem te leen. Ik lees wat over Bali en Ubud en maak een plattegrond van het centrum met enkele aanbevelingswaardige aantekeningen van hotels en restaurants. Na het eten van
Gado-Gado ga ik s’middags even het water in en zoek wat schelpen en lig ik later wat op het strand. S’avonds ga ik weer uit eten met Chris en hebben we een leuk gesprek. Chris reist een half jaar rond en is nu op de helft beland.

 

Strandwandeling

Na het ontbijt ga ik even op het strand liggen en wat zwemmen. Verder vandaag wat wandelen langs het strand en zoeken naar schelpen en kijken naar zee-egels en zeesterren bij eb. S’avonds eet ik samen met Chris bij Pondok Gili. Het is vegetarisch, tempé met groente en rijst en fruitsalade met yoghurt en honing.

 

Gili Trawangan

Vandaag vertrek ik samen met Chris naar Gili Trawangan. Het kost ons nogal wat moeite om een  geschikte kamer te vinden. Uiteindelijk belanden we bij Damai Indah waar ik een bungalow met douche krijg. Het eiland is super toeristisch en spreekt ons niet erg aan. Ik wil hier dan ook niet lang blijven, zeker geen 5 dagen. Met Chris ga ik naar het strand en hier ga ik wat zwemmen. Daarna wat eten bij een klein restaurant. Na nogmaals een tijdje op het strand ga ik weer terug naar de kamer. Er is geen waterdruk voor een douche.
Tegen 5 uur s’middags ga ik met Chris vanaf het zuiden de heuvel beklimmen voor een prachtige zonsondergang. De zon kun je hier zien verdwijnen achter Bali’s Gunung Agung. We wandelen terug en na een douche gaan we naar een restaurant, waar ze de film “Seven years in Tibet” draaien. Er zijn nogal wat technische problemen met de cd-video. Het slot van de film moeten we dan ook missen. Na de film komt Chris zijn reisgenoten van de boottocht Lombok Labuhanbajo weer tegen.
In de buurt van een “full moon party” gaan we op het strand zitten. Ik raak in gesprek met Mark die richting Flores gaat. Ik geef hem wat reistips en maak hem eveneens enthousiast voor Sulawesi. Het is al 12 uur als ik bij mijn kamer terug ben. Chris blijft een dag extra en komt maandag naar Gili Meno.

 

Gili Meno

Na het ontbijt ga ik richting de haven voor vertrek naar Gili Meno. Half 10 vertrekt de nog lang niet volle boot. De favoriete plaats op het eiland is al vol. Een beetje landinwaarts is nog voldoende plaats. Maar ik besluit richting het noorden eens te proberen. Met Balu loop ik mee naar Pondok Meno. Het is een rustige plaats met grote bungalows in een tuin even vanaf het strand. Hier is geen generator voor stroom en ook geen douche. De mandibak is gevuld met zilt water. Na een gesprek met Balu ga ik naar Malia’s Child restaurant voor een prima Gado-Gado. De pindasaus is heerlijk pittig. Ik koop nog een paar nieuwe sandalen en loop later langs de noordkust. In de buurt van mijn “hotel” ga ik nog even het water in en lig ik nog wat op het strand.
Morgen ga ik op zoek naar een andere kamer en ga ik Chris opwachten bij de boot.

 

Zoutmeer

Ik verlaat Pondok Meno en na het ontbijt haal ik Chris af bij de boot. Hij is vandaag nogal ziek en moest overgeven. Ik sjouw zijn rugzak en we belanden in de bungalows van “Fantastic cottages”. Hierna ga ik naar het strand en ga ik zwemmen voor het restaurant Kontiki. Het is een prachtig breed strand, ideaal om te zwemmen. Na een ananas op het strand te hebben genuttigd ga ik later eten in het restaurant. Het is wat bewolkt geworden en dus geschikt weer voor een wandeling.

Vanaf mijn bungalow wandel ik over het eiland richting het zoutmeer. Het pad is niet zo duidelijk, dus beland ik ergens bij de zuidkust. Op het strand liggen prachtige schelpen en koraal voor het oprapen. Ik loop naar het Goodheart/Sunset-restaurant, waar ik een cola drink en wat praat met de jongens die daar werken. Later ga ik naar het zoutmeer en wandel terug via een cocosnootplantage. Chris is al weer iets beter geworden en we gaan naar het Kontiki-restaurant, waar Ellen vraagt of ze met ons mag mee-eten. Ellen is een studente, die hier vandaag is aangekomen. Onderweg is ze nogal lastig gevallen door agressieve op geld beluste figuren. Ze is dan ook nog niet gewend aan het reizen in Azië.

 

Zonsondergang

Na het regelen van een bus naar Ubud ga ik met Chris ontbijten. Het wordt havermout met vruchten. Hierna direct het strand op en wat zwemmen. Rond twaalf uur ga ik weer terug naar de bungalow. S’middags ga ik even snorkelen met het van Chris geleende masker. Er zijn hier prachtig gekleurde vissen. Half vijf gaan we richting het zoutmeer, vanwaar ik alleen verder ga naar Goodheart restaurant om de zonsondergang te zien. Ik loop terug langs de noordkust. S’avonds weer uit eten bij Kontiki restaurant, waar we aan een tafel komen met een Nederlandse groep die reist met Baobab.

 

Bali

Naar Bali

Na het inpakken snel ontbijten en afscheid nemen van Chris.
Kwart over 8 vertrekt de boot en half 10 de bus naar Ubud. De bus gaat tot de haven en per ferry ga ik naar Bali een tocht van 4 ½ uur. Bij het uitstappen ontmoet ik Merel weer, een meisje uit Nederland. Zij had met Chris een boottocht gemaakt richting Flores en ik had haar kort op Gili Trawangan gesproken. Ik geef haar de boodschap van Chris door, dat Chris met haar wil meereizen naar Sumatra.
We hebben elk een andere busmij naar Ubud, waar we elkaar vermoedelijk wel weer zullen treffen. Rond half zeven ben ik in Ubud en beland ik na enig zoeken in hotel Gayatri.

 

Ubud

Vanochtend naar de bank, de vliegreis herbevestigen en foto’s laten ontwikkelen. Ik hoef bij Malaysia airlines niet te herbevestigen zegt de reisagent. Hoewel het nog wat vroeg is regel ik hier een busticket voor maandag naar het vliegveld. Nog even naar de supermarkt en onderweg op zoek naar sarongs. Later bezoek ik de markt, die erg toeristisch is. Hier koop ik, na behoorlijk afdingen, 3 prachtige sarongs. S’middags wandel ik richting de rivier en bij de brug wandel ik naar beneden en dan  later omhoog bij een Hindoe tempel. Het is een prachtige wandeling vanwege het mooie uitzicht. Ik kom langs een schildersatelier, waar de doofstomme broer van de schilder mij gebaart het atelier te bezoeken. De schilder voegt er zijn woorden aan toe en ik bekijk de collectie. Hij kan prachtig tekenen en schilderen. Het zijn uiterst fijne lijntjes en het is uiterst gedetailleerd. Over een heel klein schilderijtje doet hij soms een week.
Ik wandel door langs prachtige rijstvelden en ga dan weer terug.

 

Monkey Forest

Vandaag naar het Monkey Forest. Ik ben er al voor negen uur en kan eerst nog geen kaartje kopen. Het is een prachtig park met een tempel en een heilige bron. Al snel zie ik de eerste aapjes, ze zijn gewend aan toeristen.
Ze zijn aan het spelen en aan het vlooien. Er zijn moeders met jonge aapjes.
Soms zijn ze een beetje agressief. Even later krijgen ze eten van de oppassers.
Met één van hen maak ik een praatje en hij laat mij uiteindelijk een paar druiven aan de apen geven. Later zit er zelfs eentje aan de ritsen van de rugzak en wil in de broekzak kijken of er eten in zit. Er zijn drie groepen apen in dit park. Het park lijkt op een stukje jungle met lianen en grote bomen. Het is best mooi om de apen eens van dichtbij te kunnen bestuderen. Bovendien kun je van heel dichtbij foto’s maken en zitten ze soms gewoon naast je. Later op de dag wandel ik wat over de markt en verken Ubud een beetje. Uiteindelijk zoek ik nogmaals de rivier op en vindt een paadje naar beneden, waar ik even ga zitten genieten van de rivier.

 

Neka museum

Vanochtend kom ik wat te vroeg bij het Neka Museum aan. Het is nog voor 9 uur en nog gesloten. Er hangt prachtige kunst, van traditioneel tot moderne kunst.

Na het museum vervolg ik de weg en probeer de weg te vinden die uiteindelijk langs de rivier leidt. Het is soms iets bewolkt en ideaal weervoor een wandeling. Ik ga nog een zijweg in langs rijstvelden, waar mensen de rijst aan het oogsten zijn. Het is een behoorlijk lange wandeltocht, maar de moeite waard.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

© Back2