Back2 Reisverslag

India 2001

Delhi, Ranthambhore National Park, Agra, Taj Mahal, Varanasi, Puri, Chennai (Madras), Bangalore, Goa, Mumbai (Bombay)

 

Onderweg naar Delhi

Op Schiphol aangekomen blijkt dat het vliegtuig,  door verscherpte controles in Amerika, maar liefst twee uur vertraging heeft opgelopen. Na een aantal bagagecontroles neem ik uiteindelijk plaats in het vliegtuig naast een man uit Koeweit. Hij is getrouwd met een Amerikaanse vrouw en gaat nu een maand naar zijn vaderland. We hebben leuke gesprekken onderweg zodat ook de tijd vliegt. Ik kom minstens een uur te laat aan in Koeweit om de verbinding naar Delhi te halen. Er wordt een hotel voor mij en andere gestrande reizigers geregeld op het vliegveld van Koeweit city. Morgenavond kan ik alsnog om 10 uur s’avonds vertrekken naar Delhi. Ik slaap tot half 10 uit en ben nog op tijd voor het ontbijt. De gestrande reizigers mogen het hotel niet verlaten, dus ik lees maar wat en kijk wat tv en verder wat koffiedrinken, s’avonds een lunch en dan half negen richting luchthaven. Ik maak nog een praatje met wat reizigers uit Amerika en Canada. De vlucht duurt niet zo lang en tegen vijf uur s’morgens ben ik in Delhi.

 

Aankomst in Delhi

Eerst door de paspoort- en visumcontrole en dan nog even wachten op de bagage. Ik ga even wat travellercheques wisselen en dan op zoek naar een prepaid taxi. Men probeert mij een te dure taxi aan te smeren, maar als ik zeg dan wel ergens anders rond te kijken, halveren ze de prijs. Degene die mij naar de taxi brengt vraagt ook nog een fooi en dan begint het bijna bekende verhaal met de taxichauffeur. Hij wil mij naar dure hotels brengen, uiteraard om een fikse commissie op te strijken. Ik kom uiteindelijk, na aandringen, wel in de straat terecht waar ik wil zijn in de wijk Phaharganj. Ik laat mij aldaar echter te veel in met mensen die mij de weg willen wijzen en mij ook weer bij het verkeerde hotel willen dumpen. Als ik nog even rustig de kaart bestudeer kom ik uiteindelijk bij hotel Down Town terecht, in een zijstraatje van de Main Bazaar, de straat tegenover het New Delhi Railway Station. Harisch, van de receptie, is aardig en de kamer is best wel redelijk met een eigen douche/toilet en een plafondfan, die wel nodig is bij deze warmte (s’morgens 26 graden en s’middags maxima van 37 graden). Na het inchecken probeer ik nog een beetje te slapen. Later ga ik me wat oriënteren en wat lopen over de Main Bazaar. Ik zoek het Malhotra restaurant op en neem een tomatensoep en een koffie. Later op het dakterras van mijn hotel even wat lezen en s’avonds weer eten bij Malhotra. Kip Tandoori met brood deze keer.

 

Connaught Place

Ik ben nog niet helemaal gewend aan de warmte, het lawaai en het tijdsverschil. Ik slaap nogal lang uit en wordt pas s’middags wat actiever. Na wat soep, brood en koffie ga ik richting Connaught Place en ga hier wat rusten in het park. Een privé-chauffeur van een zakenman begint een praatje met me. Hij verdient 2500 Rupee per maand (zo’n € 57,-). Hij draagt hiervan nog 1500 Rupee af per maand aan huur en nog wat aan de familie en houdt dus niet zoveel over. Ik ga later nog wat bij banken langs op zoek naar een geschikte geldautomaat. Na een cola ga ik nog naar de Central Cottage Industries Emporium, maar vind daar niet zoveel aan. Bij de Wimpy haal ik een ijsje en een cola en praat dan nog even met een student. Ik kijk nog even rond in het ondergrondse van de Palika Bazaar, een winkelcentrum vol met kleine winkeltjes. Daarna ben ik de oriëntatie even een beetje kwijt. Later loop ik nog met iemand op richting New Delhi Railway Station.

 

Delhi stadstour

Vanmorgen koop ik een ticket voor een sightseeing Delhi tour aan de hotelbalie. Kwart over 9, na het ontbijt, zal ik worden opgehaald. Als ik om 9 uur terug kom staat er al iemand om mij af te halen. Ik wordt naar een kantoortje verder op in de Main Bazaar gebracht. Vanaf daar ga ik met een groepje verder lopen en wachten we op een bus. Uiteindelijk moeten we nog  eens van standplaats veranderen en na een kort ritje in een bus weer overstappen in een volgende bus. Het is een gezelschap van grotendeels Indiase afkomst en een drietal Duitse jongens. We gaan eerst naar een tempel, bezoeken het parlementsgebouw Sansad Bhavan , de India Gate en het indrukwekkende Gandhi Memorial Museum in Old Delhi. Later gaan we nog naar het Qutab Minar Complex, maar daar is de entree voor Indiërs 10 Rupee en voor niet Indiërs maar liefst 5 dollar geworden en dus een beetje teveel voor een krap half uurtje rondkijken. We gaan verder naar een hele mooie tempel en nog een shop.
Onderweg stoppen we nog ergens aan de poort van een modern gebouw, dat vandaag gesloten is. Dan door het inmiddels zeer  drukke verkeer worden we weer in de omgeving van de Main Bazaar uitgezet. Het is inmiddels begonnen te plenzen en te onweren na de warme bewolkte namiddag. Het frist de vervuilde lucht enigszins op, maar het wordt ook meteen plaatselijk een modderige boel op de vervuilde straten.

 

Het Rode Fort

Als ik op het kruispunt naar de Main Bazaar even wat water drink, vraagt een riksja chauffeur of ik niet naar het Rode Fort wil. Dit had ik al zo’n beetje in de planning en volgens hem is het fort vandaag wel open. Het is een geinige belevenis op zo’n fietstaxi. De riksjarijder spreekt redelijk Engels en we praten wat onderweg. Het is vreselijk druk bij het Rode Fort, vanwege een nationale vrije dag, de geboortedag van Mahatma Gandhi. Ik ga wel het terrein naar de toegang op, maar er staat zo’n lange rij, dat ik er niet zoveel zin in heb om hier in de hitte te gaan staan wachten. Ik drink even een cola en loop even wat rond. Wat kinderen vragen wat en ik raak in gesprek met de hele familie, waaronder een oom die politieagent is in Delhi, zijn neef en diens zuster. Na een paar foto’s ga ik richting de drukke markt, tegenover het Rode Fort. Later loop ik terug richting de Main Bazaar en neem voor het laatste stuk weer een riksja.

 

Ranthambhore National Park

Via Jaipur ben ik inmiddels beland in Sawai Madhopur, een stadje in de buurt van het Ranthambhore National Park. Met een “canter”, een soort open vrachtwagen/ legervoertuig geschikt gemaakt voor vervoer van 20 personen, ga ik vanmiddag naar het natuurpark. Het is een prachtig gebied met rotsen, oude ruïnes, met een heuvelachtig landschap en een paar mooie meertjes en beekjes. We zien aapjes, herten, reeën, leguanen in een boom en prachtig groen gekleurde vogels.
Het is best wel spannend dat er de mogelijkheid bestaat dat we tijgers tegenkomen. Vanmorgen hadden andere Nederlandse toeristen er nog één gezien. Men doet z’n best de dieren op te sporen en als we jeeps tegenkomen overlegt men even wat er verderop is te zien. Hoewel we geen tijgers zien is het toch een leuke safari.

De volgende ochtend, om half zes, ga ik opnieuw op tijgersafari. De gids verteld dat er meer dan dertig tijgers zijn, maar ook hyena’s en luipaarden. Vandaag volgen we een wat meer berg en heuvelachtige route. Ook nu weer zien we de aapjes, eerst in een groep bij de ruïne, die dient als toegangspoort naar het reservaat. Verderop zien we een leguaan, herten en reeën.
We stoppen zo nu en dan bij een paar meren. Het is vandaag wat minder spannend dan gisteren. Het is een behoorlijk groot gebied en de kans om tijgers te zien is dan ook minder groot. Maar ook zonder tijgers is het de moeite waard om dit afgelegen reservaat te bezoeken.

 

Agra

In Agra aangekomen, gelegen in de deelstaat Uttar Pradesh, brengt een motorriksja me naar de Taj Ganj regio. Vanaf het dakterras van hotel Host heb ik een mooi uitzicht op de Taj Mahal. De entreeprijs is vreselijk hoog voor niet Indiërs, 750 Rupee (zo’n €17,-) , maar eigenlijk kun je het niet missen om naar binnen te gaan. De volgende ochtend ben ik niet fit, maar probeer toch een ontbijt bij Joney’s place. Ik krijg de toast niet naar binnen en vraag naar het toilet, maar dat hebben ze niet. Ze sturen me naar hotel Taj in de straat naar de hoofdingang van de Taj Mahal. Ik rust hier even wat uit in de koele hotellobby. Ik maak een praatje met iemand van het hotel en ga later terug naar Joney’s om te betalen.

Na een paar dagen gaat het weer wat beter met me en loop ik langs de rivier naar de westkant en maak een mooie foto aan de achterzijde van de Taj Mahal. Aan de westkant zitten wat vrouwen met kinderen die “hello” roepen.
Het waterpeil van de rivier is laag en het water is erg vies. Bij Yash café probeer ik wat soep te eten, maar daar zit voor mij wat teveel peper in. Ik blijf hier nog wat zitten lezen en drinken en het straatleven wat observeren.
Als je hier op straat loopt wordt je geen moment met rust gelaten. Of je kaarten wil kopen, souvenirs een riksja etc. Dan moet je verder ook nog een beetje letten op het verkeer, de honden, varkens, koeien en ezels e.d., die los op straat scharrelen en dat je niet in de poep of een open riool stapt.

 

De Taj Mahal

De volgende ochtend ben ik om 6.30 uur bij de West-Gate van de Taj Mahal. Even verderop ga ik door een hoofdpoort naar binnen, waar mijn tas wordt doorzocht. Een beetje zinloos want ze controleren maar 1 van de 4 vakken van de tas. Het is nog een beetje nevelig, de zon moet nog opkomen. Ik doe rustig aan, want voor de foto’s is iets meer licht en helderheid gewenst.

 
Dit indrukwekkende monument werd door keizer Shah Jahan, uit liefde voor zijn overleden tweede vrouw Muntaz Mahal, gebouwd. Zij stierf op het kraambed in 1631, het jaar waarin men ook begon te bouwen aan dit mausoleum. Meer dan 20.000 mensen bouwden hieraan en de bouw was voltooid in 1653.

 
Voor de Taj Mahal ligt een langgestrekte vijver, onderbroken door een volgend plateau en dan weer een lange vijver met een laagje water waar de Taj Mahal mooi in spiegelt. Ik maak wat foto’s en wandel uiteindelijk verder. De schoenen moeten uit, alvorens het mausoleum te betreden. Het is een prachtig wit marmeren gebouw met prachtige versieringen en ingelegde edelgesteenten. Binnenin is niet zoveel te zien behalve het graf van zijn vrouw, precies in het midden, en het iets grotere graf van de keizer Shah Jahan zelf ernaast.

 

 
Buiten wandel ik nog wat rond het mausoleum en kijk even in de beide moskees en maak van daaruit nog wat foto’s. Ik moet nog ontbijten en ga rond half tien naar restaurant Joinus. Ik eet hier wat en het is best wel goed hier, eindelijk een wat beter restaurant gevonden. Later loop ik wat rond in het nabij gelegen stadspark, een best wel mooi park en heel groot.

 

Het Agra Fort

Ik loop s’morgens langs de rivier richting het Agra Fort. Onderweg kom ik nog een begrafenisstoet tegen, waarbij men onder gezang het in witte doeken gewikkelde en met oranje “hindoe” bloemkransjes versierde lijk draagt.
Ik loop over een illegaal wandelpaadje langs de opgedroogde oevers van de rivier Yamuna. Aan de zijkant komen volgens mij de riolen uit en het stinkt zo nu en dan behoorlijk en ziet er niet fris uit. Ik kom uit voor de spoorbrug en sla links af en ga zo rond het Agra Fort. Hier kan ik in een tuin lopen die geheel rond het Fort ligt. Het is erg warm en ik rust zo nu en dan en vind later ergens een restaurant, waar ik wat cola drink om af te koelen. Of het door de stank van die riolen onderweg of de warmte komt, ik kan de cola niet binnenhouden en bevuil zo het riool nog meer. Later loop ik verder rond het Fort en rust ergens in de tuin van het Agra Fort en maak daar een foto. Dan via het grote park weer terug richting het hotel.

 

Varanasi

De treinreis naar Varanasi

Ik kan de kamer voor half geld nog tot vanavond aanhouden en rust overdag alvast een beetje, want volgens de hotelbediende komt er niet veel van om te slapen in de nachttrein. Het wordt uiteindelijk half tien s’avonds, voordat de trein vertrekt. Het is een lange tocht, ik moet toch proberen een oogje op mijn bagage te houden met al die in en uitlopende mensen. Ik lig een beetje half op mijn rugzak met ook de andere rugzak in de buurt. Ik dommel wel eens wat weg, maar er wordt zo vaak gestopt onderweg, wat echt doorslapen bemoeilijkt.

 

Verdreven door kakkerlakken en oorwurmen

Om zes uur s’ochtends gaan de meeste reizigers weer een beetje zitten in de trein, maar het blijkt dat we er nog lang niet zijn. Pas na half twaalf zijn we op het station in Varanasi. Met een autoriksja ga ik richting hotel Vishnu Rest House.
Ze zijn vol zegt men, maar als ik even wacht heeft men misschien wel ruimte. Ik krijg een kamer helemaal beneden, naast de deur naar buiten richting de Ganges rivier. Het is een kamer zonder douche/wc. Het blijkt dat er toch nog wel kakkerlakken en hele grote oorwurmen in de kamer zitten. Als ik later terugkom
en de dunne matras optil, zitten ze hier zelfs onder.  Ik probeer ze van het bed af te schudden en de afvoer in te drijven. Als ik s’avonds terugkom zitten ze weer onder het kussen en tussen de lakens en is de maat vol. De hoteleigenaar geeft me een slaapzaalbed. Ik verhuis de boel naar de slaapzaal en hopelijk zijn hier wat minder beesten.

Eerder op de middag ga ik een paar keer langs de heilige rivier de Ganges, waar een festival plaatsvindt. De rivier is overigens ontzettend smerig en voor een westerling bepaald niet geschikt om in te zwemmen. Er zijn hier dan ook veel insekten, waaronder kakkerlakken en ook de kleine straatjes van het oude Varanasi zijn niet bepaald schoon. De koeien scharrelen hier ook wat door de steegjes en straatjes. Dus je moet goed kijken waar je loopt. Tegen de avond danst men met vuurschalen. Er is ook vuurwerk en verder spreekt er bijna de hele tijd iemand, waar uiteraard niets van te begrijpen is. Het is een hele drukte hier aan de brede rivier de Ganges. Er zijn veel eetstalletjes met hapjes en versgebrande pinda’s. De dansen op de boten trekken veel publiek.

 

Lijkverbrandingen aan de rivier Ganges

Bij het ontbijt maak ik een praatje met een stel uit Nieuw Zeeland. Later verlaat ik via de straatjes Vishnu Rest House. Ik beland weer ergens bij de Ganges en loop van de ene Ghat (lange trappen naar de rivier) naar de volgende en beland bij een Ghat met lijkverbrandingen.
Een aantal brandstapels met lijken zijn al verbrand en men is met twee nieuwe bezig. Het lichaam ligt in een rood doek op de brandstapel en op het laatst smeert men nog iets op het gezicht van het lijk. Het lijk wordt nog besprenkeld met een zak donker poederig spul en met brandend riet probeert men de houtstammen in brand te krijgen. Vanaf een balkon kan ik dit allemaal aanschouwen, maar sta wel wat in de rook. Als ik het balkon verlaat vraagt de een of andere “gids” op een intimiderende manier om een bijdrage voor de begrafenis van een oude vrouw, die daar boven schijnt te liggen wachten op haar dood. Alle Hindoes en toeristen zouden dat doen. Dan ben ik dus de eerste die dit niet doet. Gecremeerd wordt ze toch wel.

Ik loop door naar een aantal andere Ghats en probeer dan via de paadjes naar boven m’n weg te vervolgen via de nauwe steegjes en straatjes van het oude Varanasi.
Ik kom uit op de hoofdweg naar de Dasaswamedh Gath en na een cola ga ik via de Ghats terug naar m’n hotel voor een siësta. S’middags krijg ik alsnog een betere tweepersoons kamer met douche/toilet. S’avonds praat ik nog een hele tijd met Brandon uit Australië, die al een tijdje over de hele wereld rondreist.

 

Rituele aanbidding van de Ganges

Vanmorgen laat uit bed en pap met banaan als ontbijt. Ik vraag een emmer met heet water om de was te kunnen doen. Ik krijg later een hele emmer vol met behoorlijk heet water en kan hiermee de was doen en ook nog een warme douche nemen. Op het dakterras kijk ik wat naar de Ganges, waar s’avonds veel bootjes varen en het water wat rustiger wordt.

 
De volgende dag heb ik wat vroeger m’n ontbijt en wandel ik een eind noordwaarts en weer terug langs de markt.
S’middags ga ik zuidelijk langs de Ganges. Hier zijn ook een aantal verbrandingen van lijken en verder op nemen de koeien een bad in de Ganges.
Later ga ik in de buurt van de “middelste” Ghat wat zitten kijken naar de voorbereidingen van rituelen en praat met een aardige Indiër. Hij is gepensioneerd en had een winkeltje. We praten wat over de diverse geloven, over Ghandi en de wetenschap. Zodra men op trommels begint te slaan wil hij weg, want daar kan hij niet meer zo goed over op zijn leeftijd. Ik maak wat foto’s van de rituele aanbidding van de Ganges. Volgens de oude man wordt hiermee de natuur en de Hogere Macht daarvan aanbeden.

 

Drijvende lichtjes op de Ganges

Ik ga vandaag richting de twee tempels in het zuiden van Varanasi. Het blijkt niet bepaald indrukwekkend te zijn. Ik neem dan ook maar niet de moeite naar binnen te gaan. In de buurt van de rivier die uitmond in de Ganges ga ik weer langs de Ghats en neem even plaats op een terrasje. S’avonds branden wel duizend drijvende lichtjes op de Ganges. Vanuit een boot worden ze te water gelaten en drijven ze langzaam met de stroom van de rivier mee. Het is het begin van het
Hindoefeest Diwali.

 

Boottocht op de Ganges

De volgende ochtend is er al heel vroeg vuurwerk. Half zes s’ochtends ga ik, samen met wereldreiziger Brandon, op zoek naar een boot. Sunny, een 12 jarige jongen, is onze bootman. Het is een hele drukte aan de Ganges. Er zijn grote groepen Moslims en verderop uiteraard ook badende Hindoes. Het duurt nog even voordat de zon opkomt. We maken veel foto’s van de zonsopkomst, maar vooral ook van de badende en de Ganges vererende mensen aan de Ghats. Het is mooi te bekijken vanaf het water.

Later aan wal hebben we de smaak van het fotograferen nog steeds te pakken. Ik maak nog wat foto’s van badende mensen en een drietal dat zich laat scheren. Brandon gaat vandaag naar Mumbai en we ontbijten nog een laatste keer samen. Ik ga even internetten op de vroege ochtend. Het is razendsnel op het net. Later nog een goed smakende pannenkoek met honing eten. S’middags maak ik, na een wandeling over de markt, nogmaals een boottochtje. Deze keer heb ik de boot voor mezelf ter beschikking en moet zelf roeien. Dit valt nog niet mee. Stroomafwaarts gaat wel, maar weer terug is behoorlijk zwaar. De boot is bovendien niet erg handig om mee te roeien, met de roeispanen in de buurt van de punt, waar je moet zitten. Net iets te laat breng ik de boot terug met het zweet op het voorhoofd. Nu eerst maar een emmertje warm water voor een warme douche bestellen.

 

Met een autoriksja door het drukke verkeer in Varanasi

Na het ontbijt rust ik nog even wat uit, nu het nog kan. Om twaalf uur moet ik uitchecken. Met een toeriste van in de vijftig uit Denemarken, ga ik vanmiddag een autoriksja delen. Zij gaat met dezelfde trein naar Puri. Ik eet eerst nog wat voor vertrek. Tegen half vier gaan we een autoriksja zoeken. Na stevig onderhandelen lukt het om er één te krijgen voor 150 Rupee, hoewel hij er na de gemaakte afspraak nog steeds meer van probeert te maken. Het is enorm druk met verkeer in Varanasi. Door een wirwar van riksjas, auto’s, paardenwagens en voetgangers banen we ons een weg. Totdat het verkeer, richting de brug over de Ganges, vast zit. Een grote file van meest vrachtauto’s, waar we soms omheen en tussendoor kunnen gaan. Zelfs vaak op de verkeerde weghelft verkerend. Er blijkt een ongeluk,  een botsing met vrachtauto’s, te zijn gebeurt aan de andere kant van de brug. Ook heeft onze autoriksja nog een lekkage met een losschietende brandstofslang. de brandstof wordt met een T-shirt van de vloer opgezogen en terug in de tank gedaan. Aan de andere kant van de brug richting Mughal Serai, 12 km vanaf Varanasi, stinkt het enorm door het verkeer. Ook is er een enorme stofontwikkeling door het verkeer, wat het helemaal mistig maakt. De Deense maakt zich al een beetje zorgen of we de trein wel zullen halen.

 

Puri

De treinreis van Varanasi naar Puri

Uiteindelijk, half zes, zijn we bij het treinstation. Een beambte verwijst ons desgevraagd naar platform 2, waar de trein rond zes uur aankomt. We nemen even plaats in een wachtruimte, waar de ratten ongegeneerd wat rijst of graan van de vloer eten onder en rond de stoelen. Ik vraag nog even een reiziger, een aardige Indiër, over de juistheid van het platform en koop nog wat water en bananen. Zes uur komt de trein aan en zoek ik mijn rijtuig en zitplaats. Ik heb een bed bovenin en deel de cabine met een Indiase familie. Eerst maak ik nog een praatje met een geïnteresseerde Indiase man. Het draait ook weer uit op de oorlog en politiek, maar we kunnen het wel goed met elkaar vinden. Later zoek ik mijn slaapplaats op en stop mijn kleinere rugzak een beetje half in de lakenzak. Ik lig naast de grote rugzak, waar ik soms wat met mijn voeten op rust. Ik blijf een beetje voorzichtig, vanwege de kans op diefstal in de trein. Vandaag nog kwam er iemand aan in Varanasi, die zijn camera en o.a. vliegticket was kwijtgeraakt in de trein.

Half drie s’nachts word ik wakker van een duister figuur, die aan mijn lakenzak zit te prutsen. Als ik wakkerschrik, zegt hij “sorry” en verdwijnt. Mogelijk had hij de bedoeling om iets van mij te stelen. Zes uur is iedereen weer zo’n beetje wakker en actief. De trein gaat behoorlijk snel met zo nu en dan een stop, vooral op het laatst van de rit. Tijdens de treinreis loopt de ene naar de andere bedelaar en verkopers van voedsel, tijdschriften, speelgoed e.d. voorbij. Men controleert de kaartjes wel van de passagiers, maar laat blijkbaar ook allerlei figuren maar wat zonder kaartje door de trein sjouwen. Onderweg zie je veel rijstvelden en in de deelstaat Orissa steeds meer kokosnotenplantages.
In de trein probeer ik een kokosnoot, die voor maar 6 Rupee met een mes voor mij wordt bereid om te drinken en te eten.

Rond twee uur kom ik aan in Puri en deel ik nogmaals een autoriksja met de Deense. We vinden nog niet direct een geschikt hotel en gaan eerst wat eten. Het wordt een heerlijke moot tonijnvis en gebakken gemixte groenten. Ik beland uiteindelijk in hotel “Love & Life”, maar vind achteraf mijn kamer niet bepaald goed. Ik zou morgen of overmorgen bij dit hotel een betere kamer kunnen krijgen.
Het liefst ga ik morgen maar wat anders zoeken, maar voor één nacht is dit niet zo erg.

Puri ligt aan de oostkust van India, in de deelstaat Orissa, in de buurt van de stad Bhubaneswar. Na Noord-West India is het stadje Puri een verademing. Het is hier in de omgeving wat tropischer met veel kokospalmen, de mensen zijn wat vriendelijker en behulpzamer en je wordt bijna niet lastig gevallen als je hier op straat loopt. Bovendien is het hier veel rustiger met verkeer.

Het is al bijna donker, als ik nog door Puri wat loop richting het strand.
Het is eigenlijk al te donker. Men is nog bezig in de straten de boel te versieren voor een festival. Bij Peace Restaurant ga ik nog wat schrijven en lezen.

 

Het strand in Puri

Als ik s’morgens richting het strand loop, zie ik de Deense zitten bij Restaurant Pink House en maak een praatje. Na het ontbijt verhuis ik naar Hotel Beach Hut, waar ik een betere kamer heb gevonden. Na het ontbijt kijk ik even op het strand en ga later met een riksja naar de markt om een sarong te kopen die ik eventueel ook op het strand kan gebruiken. Het is erg warm en na een cola ga ik terug naar het hotel om de was te doen en te douchen. Na even te hebben geslapen, ga ik naar Peace Restaurant en praat een hele tijd met de eigenaar. Daarna praat ik nog een tijdje met een Amerikaan. Van mijn plan over het strand te gaan wandelen komt niets meer, het is al te laat.

De volgende dag, na het ontbijt bij Restaurant Pink House, loop ik over het strand richting het vissersdorpje. Het is werkelijk vreselijk om hier op het strand te lopen. Het is hier echt een openbaar toilet. Met moeite kun je de drollen van de dorpelingen ontwijken. Een jongen uit het dorpje vraagt of ik een boot wil. Hij zegt dat het verderop nog smeriger is. Men heeft dus geen toiletten in het vissersdorpje. Ik loop verder, maak wat foto’s van het dorpje en vissers die met een boot en visnetten bezig zijn. Ik loop een heel eind verder, maar echt rustig is het niet aan het strand. Vrouwen dragen takken op hun hoofd langs het strand naar het vissersdorpje. Verderop probeer ik op de weg te komen, maar verdwaal een beetje in de naaldbossen. Uiteindelijk beland ik weer op een pad naar zee en rust daar even op het strand.

Het is vandaag wat koeler en bewolkt weer en zo nu en dan valt er een spatje regen. Ik loop nu het pad terug, het blijkt een hele lange weg te zijn. Onderweg kom ik een varkenshoeder tegen met varkens en een heleboel biggetjes erbij. Het is een heel eind, voordat ik uiteindelijk de weg bereik. Onderweg neem ik nog ergens een cola en loop dan verder naar Puri. Ik beland ergens in de buitenwijken van Puri. Het laatste eindje ga ik met een riksja terug naar mijn hotel.

 

Tijgersafari in Nandankanan Zoo

Ik sta om half zeven op en ga met een riksja naar het treinstation. Ik koop een treinkaartje naar Barang en eet daarna bij een straatstalletje wat gefrituurde hapjes met daarin aardappels en pittige kruiden als ontbijt. Kwart voor acht vertrekt de trein richting station Barang, wat 2 km vanaf Nandankanan Zoo ligt.
Het is zo’n twee uur en een kwartier reizen met de trein. Onderweg maak ik een praatje met een treinkaartjesverkoper, die onderweg is naar huis. Zo’n tien uur ben ik op station Barang en neem een autoriksja naar het dierenpark. Het is een supergrote dierentuin, met twee safariparken. Er is een heel groot meer waar je met een kabelbaan, de grootste van India, van de ene oever naar de andere kunt gaan.

Ik begin met de safari en kan meteen om elf uur al vertrekken in een gepantserde bus. We gaan eerst naar het witte tijger park. Door een dichtbeboste omgeving loopt een weg door het park. Als we bij de waterdrinkplaats aankomen zien we drie witte tijgers, die hier een verkoelend bad nemen. Op een gegeven moment komen er twee tijgers uit de waterplas en kun je de witte tijgers van dichtbij observeren. De Indiase medepassagiers schreeuwen het uit van enthousiasme, waarop hun wordt gemaand wat stiller te zijn om de tijgers niet teveel te laten schrikken. Hierna gaan we met de bus naar het leeuwen park. Hier zien we aan het begin een paar leeuwen in de verte, maar als we verder rond rijden voor de rest geen leeuwen meer.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
Hierna ga ik proberen de rest van het park te bekijken. Er zijn vrij grote vijvers met krokodillen, waarvan ik er eentje een grote vis naar binnen zie werken. Er zijn wel 4 grote schiereilanden, met witte en gewone tijgers, maar ook Afrikaanse leeuwen. Verder zijn er nog panters, hyena’s, drie sloth beren en veel verschillende apensoorten. Ook hier heeft elke apensoort, waaronder de chimpansee, een redelijk schiereiland ter beschikking en kun je de dieren ook hier zonder tralies en gaas bekijken. Verder is er nog een hele afdeling met allerlei soorten reptielen en wat kleinere krokodillensoorten. Er zijn nog wat nijlpaarden en een neushoorn, kortom een uitgebreid dierenpark, een beetje in de sfeer van het Noorder Dierenpark in Emmen.

Er is helaas geen eten en drinken verkrijgbaar in het park, gelukkig heb ik wat zoute koekjes en water. Ik loop nog wat langs het grote meer en maak later een tochtje per kabelbaan naar de andere kant en weer terug, met een mooi uitzicht over het meer. Ik ga nogmaals langs de tijgers en kan nu betere foto’s van dichterbij maken. De vogels was ik nog vergeten en bekijk ik als laatste. Het is dan al zo’n drie uur s’middags en ik heb mij dus zo’n vijf uren vermaakt in dit grote park.

Het is de moeite waard dit park met een bezoekje te vereren. Zeker voor oosterse begrippen, zijn de dieren hier in het algemeen redelijk tot goed gehuisvest.
De Indiase bevolking gedraagt zich hier soms wel een beetje vervelend, met hun geschreeuw of zelfs het gooien van steentjes om de dieren in beweging te krijgen. Ik ben de enigste buitenlandse toerist vandaag. Vanwege een vakantieperiode, is het vandaag behoorlijk druk met Indiase toeristen.

Buiten het park kom ik even bij op een stoel met een cola bij een straatwinkeltje, waarna ik nog wat bananen koop. Met een autoriksja ga ik weer terug naar het treinstation, waar om vijf uur de trein vertrekt. Ik ben uiteindelijk meer dan drie uren kwijt om weer in Puri te komen. Ik ga meteen naar Peace restaurant en schuif aan bij de Nederlandse en Deense toeristen voor een praatje. Na zo’n vermoeiende dag heb je wel zin aan eten.

 
 
 

Chennai (Madras)

De trein naar Chennai (Madras)

Na een aantal dagen met regen vertrek ik s’avonds om zeven uur per trein naar station Khurda Road, waar ik om acht uur ben. Dan wachten, de trein heeft anderhalf uur vertraging en vertrekt pas om één uur s’nachts. Na een lange treinreis langs de oostkust van India, kom ik pas de volgende nacht rond twaalf uur aan in Chennai.

Chennai (Madras) ligt in de deelstaat Tamil Nadu en is een stad met meer dan 6 miljoen inwoners verspreid over zo’n 70 km2.

Nogal vermoeid kan ik de juiste straat midden in de nacht niet vinden en beland dan zomaar ergens in een slecht hotel. S’ochtends vind ik een beter hotel. Ik wandel daarna een beetje door de stad en eet ergens Pizza en championsoep en ga s’avonds vroeg rusten.

 

Treinkaartjes kopen

Ik probeer het Centraal Station te vinden. Ik kan eerst het reserveringskantoor voor treinkaartjes niet vinden, maar dit blijkt een beetje naast en achter het station te liggen en is een heel groot gebouw. Het blijkt dat ik het beste via Bangalore en dan verder naar Londa kan reizen om in Goa te komen. Ik laat een reis naar Hampi nu maar schieten, dat kost waarschijnlijk teveel tijd en moeite.
Nadat ik de treinkaartjes heb gekocht twijfel ik nog om naar het Fort te gaan, maar het is inmiddels al zo warm dat ik dat niet meer zo geschikt vindt. Met een autoriksja ga ik terug naar Egmore Station.

 

De kapper

Ik rust wat uit en ga later nog naar de kapper. Met een scheermes snijd hij een scherpe haarlijn achter en ook rond de oren. Het is altijd een beetje eng met een scheermes, maar hij is dit uiteraard gewend. De kapper vraagt maar 35 Rupee ( € 0,80). Ik maak er maar 40 Rupee van, want het is geknipt zoals ik het ongeveer wil hebben en de kapper heeft goed zijn best gedaan. Na een douche kom ik tot de ontdekking dat ik nog bij een bank langs zou gaan, op zoek naar een geschikte geldautomaat. Bij de tweede bank vind ik die. Men steekt dichtbij de bank veel vuurwerk af. Dit blijkt nog steeds vanwege het feest Diwali te zijn. Na het eten inpakken en op naar het Centraal Station.

 

Bangalore

Wachten op de volgende trein in Bangalore

Rond 6 uur s’morgens kom ik aan in Bangalore, in de deelstaat Karnataka. Het is nogal bewolkt en fris. Pas vanavond kan ik verder reizen naar Londa. Ik wacht nog een tijdje op het station, alvorens ik mijn rugzak in bewaring geef.

Ik loop later richting het park en de Mahatma Gandhi Road. In het park rust ik even en een Indiase wietroker maakt een praatje met me. Ik loop een beetje om het park heen en vind dan weer de juiste richting.

Op de Mahatma Gandhi Road blijken veel winkels nu nog dicht te zijn, waarschijnlijk in verband met het Diwali feest. Ik ga eerst maar even internetten, maar fikse knallen van vuurwerk verstoren de rust in het internetcafe. Iedereen schrikt van de erg luide knallen.

 

Verstoorde rust in het park

Later ga ik wat rondkijken in een aantal winkels en eet een pizza bij Pizzahut. Daarna probeer ik wat te rusten in het park, maar wordt verstoord door jongeren die dit weer een bezienswaardigheid vinden. Er komt nog een bekeerde Christen op me af, die zelf een kerkje heeft gesticht. Het lijkt wel of hij een bandje afdraait in plaats van een conversatie met mij te houden.

Na ergens een ijsje te hebben gegeten loop ik weer richting het park. Een man maakt onderweg een praatje, hij moet dezelfde richting uit als ik. Hij zegt voor arts te studeren. Uiteindelijk gaan we samen ergens iets eten, maar in het gesprek brengt hij steeds weer naar voren, dat hij geld moet zien te lenen voor zijn studie. Jammer dat een leuk gesprek bijna altijd op zoiets moet uitdraaien. Bij het treinstation vraagt hij het nogmaals direct aan mij, maar ik antwoord dat ik hem geen geld wil lenen.

 

De trein naar Londa

Negen uur vertrekt de trein richting Londa. De trein is behoorlijk schoon en ook de passagiers zijn wat van een betere stand.

Bangalore is een business stad en de inwoners hebben blijkbaar in het algemeen wat meer geld te besteden. Men belt met mobieltjes in de trein en draagt vrij westerse kledij.

 
 

Goa

Via Margao naar Palolem Beach

Tegen half negen s’morgens ben ik in Londa. Er is geen trein naar Margao, maar met een riksja kan ik naar het busstation. De bus staat al op het punt van vertrek en is vreselijk vol. De tocht gaat over slechte wegen door een bergachtig
gebied.

 

 
Onderweg pauzeren we even ergens en om twaalf uur ben ik in Margao, bij het busstation. Ik kan meteen in een bus stappen naar Palolem Beach helemaal naar het zuiden van Goa.

 
 
 
 
 
 

Leela Cottages op Palolem Beach

Om twee uur kom ik aan bij Palolem Beach en biedt een jongen mij een beach hut aan bij Leela Cottages. Het is een zeer eenvoudig, bamboe gevlochten, hutje met een plafondfan en verlichting. Op het terrein achter het Presley restaurant zijn twee douches en toiletten. Ik rust uit na deze vermoeiende reis, ga later wat eten en val in slaap. S’avonds nog een kop thee, maar ik ben helaas weer niet al te fit en heb weer diarree.

 
 
 
 

 
S’ochtends loop ik een klein eindje over het strand en zie dat de rest van de accommodatie niet veel beter is dan wat ik nu heb. Op een enkele stenen bungalow na zijn het allemaal beachhutten, soms op palen met een klein balkonnetje.

 
 
 
 
 
 

Vissers halen de vangst binnen op Palolem Beach

Vanochtend vroeg halen de vissers hier aan het strand de vangst binnen. Het zijn allemaal kleine visjes op een paar grotere na. Na het ontbijt ga ik wat zwemmen en na het eten doe ik de was en begint het behoorlijk te regenen. Maar dat duurt niet zo lang.

Na nog wat zwemmen en op het strand liggen maak ik een wandeling naar de rotsen, noordwaarts. Vrouwen hakken hier wat mossels van de stenen.

 
 
 
 

 
De volgende dag ga ik noordwaarts naar de rotsen en maak een aantal foto’s. Op de terugweg maak ik vanuit de zee nog wat foto’s van mijn beachhut en het strand. Daarna wat zwemmen en luieren, even internetten en ik dwaal nog wat in het dorpje rond.

Het is hier half zo druk als normaal rond deze periode, verteld iemand van Presley Restaurant mij. Normaal is nu alles al volgeboekt.

 

Het dorpje Palolem

Vandaag breng ik de geschreven kaarten even terug naar de winkel voor verzending. Ik loop een eind door het dorp. Ten noorden beland ik in de buurt van een klein riviertje en zie ik een stukje van het platteland ten oosten van het dorpje Palolem.

Ten zuiden zijn nog een aantal restaurants en winkeltjes voor de toeristen. De weg vervolgt hier verder over het platteland. In het dorp koop ik een verse ananas en ander fruit. S’avonds kom ik bij restaurant Cool Breeze de Australiër Brandon tegen, die ik eerder in Varanasi had ontmoet.

 

Palolem Beach

Het is heerlijk aan het strand van Palolem Beach in Goa. Een prachtige baai tussen rotsen in gelegen met allemaal cocospalmen aan het strand, waartussen eenvoudige strandhutten staan en wat restaurants.

Lekker rustig, wat in een hangmatje tussen de cocospalmen, zwemmen en van de zon genieten. Bijna elke avond kun je genieten van een prachtige zonsondergang.

Palolem Beach is één van de rustigste en mooiste stranden van Goa. Sommige reizigers blijven hier weken en zelfs maanden rondhangen.

Het eten is hier best wel goed, er zijn verschillende goeie restaurants met uiteraard veel vis op het menu, maar je kunt hier ook pizza’s eten.

 

De trein naar Mumbai

Met een autoriksja ga ik naar het treinstation Canacona. De trein heeft ruim een uur vertraging en komt pas kwart over acht s’avonds.

In de trein heb ik een leuk gesprek met een man uit Mumbai, die over een paar weken zijn geluk beproeft in Nieuw Zeeland. Hij probeert daar werk te vinden en hoopt dat zijn gezin over een jaar ook naar Nieuw Zeeland kan komen. Hij was manager in het Taj Mahal Hotel. Hij woont helemaal aan de andere kant van de stad en het kost een paar uur om daar te komen vanaf zijn werk. Er blijft zo weinig over van een gezinsleven bij zes dagen werken en heen en weer reizen. Tezamen met de vervuiling in de stad is dit voor hem een reden verbetering in zijn leven te zoeken. Volgens hem hangt India van corruptie bij elkaar. De bevolking wordt van de situatie moedeloos en egoïstisch.

 

Mumbai

Een skyline van wolkenkrabbers

Zeven uur s’ochtends komt de trein aan in Kurla, een station 15 km vanaf het centrum van Mumbai. Samen met een Duitse toerist neem ik een taxi naar Colaba, in het zuiden van de stad. Na een ontbijt bij Leopold Café zoek ik een niet al te duur hotel. Uiteindelijk wordt het Hotel Carlton, tegenover het Taj Mahal hotel en in de buurt van de Gateway of India. Ik moet nog wel een tijd wachten voordat ik mijn kamer kan betrekken. S’middags probeer ik een kaart van Mumbai te bemachtigen. Ik ga eerst op de negende verdieping van een wolkenkrabber op zoek naar het MTDC kantoor. Daar blijkt dat ik het andere kantoor moet bezoeken. Het is wat moeilijk te vinden maar uiteindelijk tref ik het aan naast het busstation.

Ik kijk nog even naar het uitzicht vanaf de Marine Drive op de skyline van wolkenkrabbers in de richting van Chowpatty Beach. Over de Veer Nariman Road loop ik richting het Fort district. Onderweg nuttig ik nog een versgeperst sinaasappelsapje, een softijsje en wat patat en cola als lunch. In het Colaba District ga ik nog even kijken bij de Gateway of India. De vervuiling van het water is ook hier duidelijk zichtbaar en iedereen gooit maar troep in het water.
S’avonds kijk ik na het eten nogmaals naar de nu verlichte Gateway of India.

 

Het Victoria treinstation en de Crawford markt

Honderden mensen lopen me tegemoet als ik in de richting van het Victoria treinstation loop. Ze zijn allemaal op weg naar hun werk. Ik kijk wat rond op dit mooie station en zoek een geschikte plek om een foto te maken, wat me nu even niet lukt. Hierna probeer ik richting de Crawford markt te gaan. In de straten rondom is ook al markt met kerstversieringen e.d. De Crawford markt zit in een groot gebouw. Het is prachtig om de verscheidenheid aan producten te zien. Met name de groente en fruitmarkt ziet er prachtig uit met mooi gepresenteerd fruit.

Hierna probeer ik nog andere markten in de buurt te vinden. Op straat verkoopt men heerlijke fruitsalade voor 10 Rupee. Later eet ik nog een gegrilde kaas/groente sandwich aan de straat. Ik loop verder in westelijke richting naar Marine Drive. Ik heb vandaag al een behoorlijk eind gelopen en ga nu maar niet meer naar Chowpatty Beach. Bij de Veer Nariman Road ga ik weer oostelijk en later richting Colaba.

De volgende dag kijk ik wat rond in de Central Cottage Industries Emporium. Hier hebben ze een leuke collectie souvenirs tegen redelijke prijzen. Later op de dag ga ik richting het World Trade Centre. In deze buurt is een winkelcentrum en in het WTC Expo Centre is toevallig vandaag een kunstexpositie geopend die ik bekijk.
Op de terugweg ga ik op zoek naar de Colaba Markt. Het is een beetje een rommelige markt, maar toch leuk om even te zien.

 

Chowpatty Beach en het Kamala Nehru Park

Ik loop naar Chowpatty Beach en dan verder naar het Kamala Nehru Park. Vanaf het park heb ik een redelijk uitzicht over de stad, maar de hoge bomen belemmeren dit een beetje. Het is niet helder weer vandaag in Mumbai. Later ga ik nog wat langs een markt in een winkelstraat en dan naar Chowpatty Beach. Ik kijk wat rond op dit strand en probeer de Bhelpuri bij de eetstalletjes, wat goed smaakt.
Ik heb wel genoeg gelopen vandaag en laat mij met een taxi terugbrengen.

Het Museum Of Modern Art is best de moeite waard. Op een aantal verdiepingen hangen mooie schilderijen van moderne kunstschilders. Ook de Jehangir Art Gallery is leuk om te bezichtigen. Uiteindelijk beland ik via marktstalletjes bij het Victoria treinstation. Aan de overkant van de straat maak ik nu een foto hiervan. Even bij de Mc Donalds langs en een ijsje halen in de ondergrondse bij het Victoria treinstation.

 

Elephanta eiland

Even na negen uur koop ik een kaartje voor een boottochtje naar Elephanta eiland.
Vanaf de boot kan ik een mooi plaatje schieten van de Gateway en het Taj Mahal Hotel. Een onderzeeër kruist onze vaarweg en even later zie ik de eerste eilandjes waar olie wordt geproduceerd. Vanaf de eilandjes lopen grote pijpleidingen naar aanlegplaatsen voor olietankers.

Het is niet echt helder weer vandaag. We naderen Elephanta eiland en ik stap
uit en loop via de smalle lange pier naar het eiland. Je kunt ook met een minitreintje gaan. Er loopt een stenen pad naar boven, waarlangs allerlei souvenirstalletjes staan. Boven aangekomen blijkt dat men een discriminerende toeristenprijs van 250 Rupee rekent voor de grotten, terwijl Indiërs slechts 10 Rupee betalen.
Ik had al van andere reizigers gehoord dat de boottocht op zich leuker is dan de grotten. Ik ga eerst boven wat eten en drinken.

Later zie ik een pad naar Canon Hill lopen. Bij het eerste “Coolpoint” met frisdrank wijst de heel aardige verkoper me een pad naar links voor een mooi uitzicht. Ik kom uit boven de grotten en het uitzicht is mooi, maar moet bij helder weer nog beter zijn. Ik loop terug en drink even wat alvorens ik verder
de heuvel op loop. Boven op de heuvel staan twee oude grote kanonnen, die in vroegere tijden blijkbaar ter verdediging hebben gediend. Ook is er nog een ondergronds gangenstelsel zichtbaar. Hier heb je uitzicht op een dal en een dorpje aan de andere zijde van het eiland. Ik koop nog wat souvenirs die je hier, na enig afdingen, voordelig kunt kopen. Een aantal van deze souvenirs worden hier op het eiland door de bevolking gemaakt. Het is al zo’n twee uur s’middags als ik weer terugloop naar de boot. Het is erg warm aan boord.

© Back2