Back2 Reisverslag

Indonesië, Sulawesi 1994

Zuid-Sulawesi, Tana Toraja en Noord Sulawesi

 

Zuid-Sulawesi

Aankomst op het eiland Sulawesi

Na aankomst op de luchthaven van Jakarta loop ik met bagage naar een kantoortje van Sempati air, voor informatie over een binnenlandse vlucht naar Ujung Pandang, op het eiland Sulawesi. Het meisje in het Sempati-kantoortje staat op het punt het kantoor te sluiten. Maar er schijnt nog wel plaats te zijn op de vlucht. Ik kan meerijden in een busje dat ze heeft opgeroepen voor vervoer naar het gebouw voor de binnenlandse vluchten. Snel schrijft men een ticket uit en ik moet direct naar de vertrekhal. Nog kort wachten en dan vertrekt het vliegtuig.
Fantastisch geregeld. Nu hoef ik niet onnodig in Jakarta te blijven. Het is echter wel vermoeiend, nadat je al minstens zestien uur in een vliegtuig hebt gezeten naar Jakarta. Middernacht kom ik aan op de luchthaven op Sulawesi, in de buurt van Ujung Pandang de hoofdstad. Ik kan mee in een taxi en wordt bij een hotel uitgezet.

 

Ujung Pandang

In Ujung Pandang breng ik een bezoekje aan Fort Rotterdam, een vesting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Ik ontmoet hier een student met wie ik meega naar de Paotere-haven.

Hier liggen prachtige Buginese schoeners afgemeerd. Zeelieden brengen hier de vracht aan boord via smalle loopplanken. De student introduceert mij bij een schippersfamilie, waar ik wordt uitgenodigd binnen in het schip te komen kijken.
Via de student stel ik wat vragen aan hen. Het blijkt dat zij rijst vervoeren met dit schip naar het eiland Flores.

 

De Losari-boulevard is s’avonds de beste plek voor een schitterende zonsondergang. Het staat hier s’avonds vol met eetstalletjes en ik eet hier Gado Gado.

 
 
 
 

Bantimurung

Vanuit Ujung Pandang reis ik verder naar Maros en kom met enige moeite bij het natuurreservaat Bantimurung aan. Ik ben hier een van de weinige toeristen. Je kunt hier naar de waterval gaan en na enig klimmen ga ik wat zwemmen in de rivier bovenaan de waterval.

Het is hier erg rustig en daarom besluit ik al vrij snel verder te reizen per bus naar Pare Pare. Het is niet een toeristenbus, en er wordt op een gegeven moment gestopt voor een lunch bij een eenvoudig restaurant. Ik eet hier wat soep en in blad gekookte stukjes rijst.

 

Pare Pare

Na aankomst ga ik eerst ergens iets drinken en ontmoet daar Erwin, een student. Er verblijven niet zoveel toeristen in Pare Pare dus ziet Erwin zijn kans een praatje te maken met een toerist en zijn Engels te oefenen.

Hij nodigt me zelfs uit om bij hem thuis kennis te maken met zijn familie en vrienden. Ik aarzel enigszins, maar vind het toch wel aardig om eens te zien hoe men hier leeft. Op dat moment had ik nog niet het besef dat de hele buurt in rep en roer zou raken, wanneer daar zomaar een toerist verschijnt. We hebben wat thee gedronken en later hebben we gewandeld naar een vriend van Erwin.

Bij het huis van deze vriend hebben we een interessante discussie over de moslimreligie en over de verschillen met het christelijk geloof.Hoewel er verschillen zijn tussen de geloofsleer van moslims en christenen bidden we allemaal tot dezelfde God. Ik krijg veel respect voor hun geloof en de manier waarop ze daar mee om gaan.

 

Tana Toraja

Het land van de Toraja’s

Na Pare Pare reis ik door naar Tana Toraja, een schitterende omgeving.

In Tana Toraja worden begrafenisceremonie gehouden. Een gebeurtenis die gemiddeld zo’n drie dagen duurt. Bij overlijden balsemt men het lichaam en wordt er gespaard voor de ceremonie. Soms pas een jaar later is het geld bijeen en wordt de familie uit alle uithoeken opgetrommeld om deze gebeurtenis bij te komen wonen.

 

Tijdelijk wordt er in het dorp een compleet onderkomen van bamboe gebouwd, waar de familie kan eten drinken en slapen. Vanwege het feit dat de familie elkaar na zoveel tijd weer eens kan ontmoetten is het feestelijk maar vanwege de nagedachtenis aan de overledene is het ook een droevige gebeurtenis. Er worden afhankelijk van de rijkdom van de familie veel dieren geslacht. Zowel karbouwen als varkens.

 
 
 
Twee dagen na de begrafenisceremonie wordt de dode vervoert naar zijn  laatste rustplaats. Voor de hoogste kaste betekent dit bijzetting in een familiegraf, een nis hoog in een rotswand of in een grot. Voor personen van aanzien wordt een beeltenis gemaakt van hout, een “tau tau”. Deze dodenpoppen worden in de rotswand geplaatst als vertegenwoordigers van de ziel van de overledenen.

 
Verder zijn er nog babygraven, een gat in de boom toegedekt met vlechtwerk.

 
 

Rantepao

Al meteen na aankomst in het plaatsje Rantepao raak ik bevriend met Herman en Martinus. Ik ontmoet hen
in een toeristenkantoor en na een leuk gesprek nodigt Herman mij uit te verblijven in het huis van zijn oom. In dat huis is plaats voor meerdere studenten en er wonen ook een aantal gezinnen, waaronder een leraar engels met vrouw en kind. Het is prachtig om hier te kunnen verblijven. Altijd gezellig een praatje kunnen maken en overdag kan ik mooi de omgeving van Rantepao verkennen.
 

 

De grote markt

Aan de rand van Rantepao wordt de grote markt gehouden. Er zijn veel karbouwen te koop en verder liggen er veel varkens op bamboe vastgebonden te wachten op een nieuwe eigenaar.

 
 
 
 
 

Er zijn hier veel bezienswaardigheden in de buurt. Je kunt hier prachtige wandelingen maken naar omliggende dorpjes. Ik bezoek de vele rotsgraven en bewonder hier de “tau tau”
die de graven bewaken en over de omgeving uitstaren.

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

De begrafenisceremonie

Met Herman kan ik mee naar het dorp van zijn ouders alwaar ik uitgenodigd ben op de tweede dag van de begrafenisceremonie. De weg er naar toe is slecht begaanbaar en diverse keren moeten we uitstappen en de auto losduwen uit de modder.

Als geschenk voor de familie bied ik een slof kreteksigaretten aan. Die worden hier veel worden gebruikt tijdens de ceremonie. Ik wordt gastvrij ontvangen in het verblijf van de familie met thee en cake.

 
Op een gegeven moment mag ik meelopen tussen andere gasten in een processie en mag het gebouw betreden waar ik de naaste familie kan condoleren. We gaan hier in een kring zitten en krijgen een kreteksigaret aangeboden. Na het roken hiervan kan ik weer bij de familie in het verblijf plaats nemen.

 
 
 
 
 
 
Men is ondertussen bezig het vlees van de varkens in stukken te snijden en in bamboekokers te stoppen. De bamboe met vlees wordt in het vuur gelegd.

 
 
 
 
 
 
Er worden wat toespraken gehouden en later krijgen we het eten aangeboden. Ik neem geen vlees maar alleen rijst en groenten. Later op de dag ga ik met Herman mee naar het huis van zijn ouders, waar ik kan overnachten. S’avonds gaan we terug naar de ceremonie en wordt er traditioneel gezongen en gedanst.

De volgende dag maken we een pittige wandeling, dwars door de rijstvelden terug richting Rantepao. Het is zwaar en vermoeiend te lopen in de hitte. Ergens in een dorpje rusten we even en wordt er drinkwater voor ons bereid op een vuurtje.

 

Parinding Hill

Door Martinus was ik uitgenodigd mee te gaan naar zijn dorpje, Parinding Hill. Het is heel bijzonder zijn huis te mogen bezoeken en zijn vader en familie te ontmoeten. Ik mag hier een nacht logeren, men is hier geweldig gastvrij.

Martinus probeert toeristen te interesseren voor een oude begrafenisplaats in zijn dorpje. Hij vraagt mij of ik hier wat foto’s voor hem wil maken. De omgeving is inderdaad de moeite waard en er is een grot en een prachtig uitzichtpunt op de omgeving.

Ik ben 9 dagen gebleven in Rantepao en heb veel omliggende dorpjes bezocht. Het verblijf in Rantepao en omgeving was fantastisch. Van Herman en Martinus heb ik veel geleerd
over hun manier van leven en de tradities van de Toraja’s in Indonesië.

 

Naar Poso en Ampana

Ik reis verder met een bus naar Poso. Een erg lange tocht door een bergachtig gebied. Ik kan eventueel overnachten bij het Poso meer, maar dit ziet er veel te toeristisch uit en trekt mij niet aan. Dus reis ik door naar de havenplaats Poso. Ik kom pas na twaalf uur s’nachts aan bij een hotel. Voor de oversteek naar Noord Sulawesi moet ik de volgende dag nog verder reizen per bus naar de havenstad Ampana.

Ik moet een aantal dagen wachten in Ampana voor de boot naar Noord Sulawesi. Ik maak hier wat wandelingen ga nog even bij een kapper langs en rust wat uit. Daarna ben ik bijna twee dagen onderweg op zee op de boot naar Gorontalo. Onderweg worden er bij de Togian eilanden kokosnoten geladen en stappen er hier ook toeristen aan boord die een aantal dagen op deze eilandjes hebben doorgebracht. Gelukkig krijg ik een slaapplaats van de bemanning ter beschikking en hoef ik niet tussen de Indonesische gezinnen in op de vloer te slapen.

 

Noord Sulawesi

Natuurreservaat Tangkoko

Vanaf Gorontalo reis ik verder naar Manado, weer een hele dag in de bus. Na een rustpauze in Manado reis ik door naar het natuurreservaat “Tangkoko” in Noord Sulawesi.

 
Meteen de eerste avond gaan we het park in rond zes uur op zoek naar het spookdiertje. Dit is het kleinste primaat ter wereld en dit diertje verschuilt zich overdag in de holen van de grote bomen in de jungle. Ik blijf hier zo’n drie dagen en maak een aantal tochten met gidsen door de jungle. Ik zie hier veel vogels zoals de neushoornvogel, maar ook zwarte bavianen, beerkoeskoes, een slang, een grote hagedis etc…

 
Bij één van de tochten komen we in mysterieus uitziende nevelwouden terecht op één van de
bergtoppen. Hier zie ik nog een prachtige vleesetende plant.

 

 
Hierna bezoek ik kort het “Tondano” meer, waar ik slechts kort verblijf om het meer voor een paar uren te overzien.

Meteen reis ik door naar Manado om daar de nacht door te brengen. De eerstvolgende zondagochtend ga ik met een bootje naar Bunaken.

 

Bunaken

Bunaken is een schitterend eiland. Hier vind je een van de mooiste koraalriffen direct tegen de kust van het eiland aan. Het is een prachtige plaats om te zwemmen en te snorkelen en de kleuren van het koraalrif en de meest prachtige vissen te bewonderen.

 
Deze eerste dag wordt ik al meteen uitgenodigd, door de familie waar ik verblijf, om een christelijke kerkbijeenkomst bij te wonen. De bevolking van het dorp heeft een nieuwe vissersboot gebouwd en deze word ingezegend. Na de dienst, die buiten bij de
vissersboot plaatsvindt, wordt er een klein feestje gevierd.Men danst en zingt traditionele liederen.

De laatste dagen van mijn verblijf in Indonesië kan ik hier heerlijk zwemmen, snorkelen en rusten, liggend op het strand onder de palmbomen. De familie die de toeristenbungalows verhuurt, is erg vriendelijk en gastvrij. Het eten is ook erg goed verzorgd.

Na de laatste dagen van mijn verblijf in Indonesië op Bunaken moet ik weer terug naar Holland.
Eerst met het bootje terug naar Manado en dan een vlucht van Manado naar Jakarta. Vanaf Jakarta via Singapore en verder naar Frankfurt en dan de laatste vlucht naar Amsterdam. Een lange reis, bijna 33 uren onderweg vanaf Bunaken naar Amsterdam.

 
De mensen in Indonesië zijn erg vriendelijk. Ze behandelen je erg gastvrij. Je wordt ook snel vrienden met de Indonesiërs. Ik ontmoette onderweg tijdens de reis ontzettend veel mensen. Ik heb veel geleerd over hun manier van leven.

© Back2